Maatschappelijk klimaat
Eerst schetsen ze het maatschappelijk klimaat:
Er gaat tegenwoordig geen week voorbij of er ontstaat wel een controverse over (vermeend) racistische of discriminerende expressies.
Opvallend genoeg blijft het zelden bij een discussie.
Vaak volgt een strafklacht.
Het is een ontwikkeling die al even gaande is: groepen en instellingen proberen steeds vaker bepaalde uitlatingen of zelfs hele ‘discoursen’ en uitlatingen buiten de wet te laten stellen.
Hoe moet een strafrechter daarmee omgaan?
Een vonnis van de Correctionele Rechtbank van Dendermonde van 3 april 2007 biedt aanknopingspunten.
De uitspraak is belangrijk omdat de rechtbank – op basis van onder meer een nauwgezette analyse van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof – de constitutionele grenzen aangeeft waarbinnen de Belgische ‘hate speech’ wetgeving moet worden toegepast.
Dit kader blijkt uiteen te vallen in drie (samenhangende) toetsingsstappen: de inhoudelijke beoordeling, de aanwezigheid van een bijzonder opzet en de beschouwing van contextuele factoren.