Proces-verbaal

Het CGKR schrijft op pag. 3 van haar eenzijdig verzoekschrift:
De raadsman van het Centrum kon inmiddels via de gewone boekhandel “Johannes” te Leuven in bezit komen van het boek van Jozef Rulof genaamd “Het ontstaan van het heelal” en was tevens op 4 mei 2003 te Aalst aanwezig om samen met een gerechtsdeurwaarder een nu voorliggend proces-verbaal van vaststelling te doen opmaken.
Kwestieus proces-verbaal van vaststelling toont voldoende aan dat de betrokken personen het racistische karakter van hun uitgaven erkennen doch middelen blijven aanwenden om de verspreiding van deze uitgaven verder te zetten.
In het proces-verbaal schrijft de gerechtsdeurwaarder op pag. 1:
Op ons verzoek om ook het boek “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien” aan te kopen antwoordt de heer Vermeire ons dat dit boek alleen rechtstreeks bij de uitgever in Nederland kan besteld worden wegens problemen i.v.m. racisme.
De uitgever schreef hierover inderhaast op 13 mei:
In directe tegenstelling met het beweerde ontkent de betrokken persoon met klem het racistisch karakter van deze uitgaven.
De betrokken persoon heeft alleen vermeld dat ten gevolge van de vaststelling dat sommige ANDEREN deze mening zijn toegedaan de stichting het raadzaam heeft bevonden om behoedzaam om te gaan met bepaalde geschriften van Jozef Rulof.
We vulden dit later aan voor het Hof van Beroep met:
- tevergeefs verwijst huidige verweerder in beroep naar een proces-verbaal van 4 mei 2003 van de beurs te Aalst waarin de heer Guido Vermeire het racistisch karakter van het boek “De Volkeren der Aarde” zou toegegeven hebben. Niets is minder waar:
- als werknemer-vertegenwoordiger was de heer Guido Vermeire niet bevoegd terzake voor de werkgever bindende uitspraken te doen (behoort niet tot zijn opdracht)
- de heer Guido Vermeire zegde bovendien enkel dat het boek rechtstreeks bij de Stichting kan besteld worden, dit omdat sommige mensen in het verleden aanstoot aan de inhoud zouden genomen hebben; dit is een vrijwillige beslissing van de Stichting, dus niet omdat zij door rechterlijke uitspraak daartoe zouden gedwongen zijn (verweerder in beroep bewijst nergens het tegendeel)
Voordien had het CGKR al verwezen naar de beperkte beschikbaarheid van het boek op pag. 1 van hun eenzijdig verzoekschrift:
Op aandringen van de Stichting Bestrijding Antisemitische (Stiba) werd het boek in 1985 in Nederland uit de handel genomen.
Over de exacte omstandigheden waarin dit boek niet meer via de boekhandel werd verdeeld zegt de uitgever later in zijn besluiten in de strafrechtzaak:
Het boek ‘De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien’ is alleen rechtstreeks bij de uitgever te bestellen.
Waarom is deze procedure ingesteld?
Op 23 januari 1985 heeft de Stichting Bestrijding Antisemitisme schriftelijk bezwaar aangetekend tegen de verspreiding van het boek omdat er volgens haar antisemitische passages in voorkwamen.
De uitgever heeft toen geprobeerd hen duidelijk te maken hoe de desbetreffende passages in het licht van de hele filosofie begrepen konden worden, maar de STIBA was niet ontvankelijk voor deze contextuele informatie.
De uitgever heeft er toen uitdrukkelijk voor gekozen om het boek niet meer via de boekhandel te verspreiden, maar het wel beschikbaar te houden voor studie, omdat anders de geïnteresseerde lezer zich geen volledig beeld kan vormen van de filosofie van Jozef Rulof.
Op deze wijze blijft het boek ook beschikbaar voor wetenschappelijke doeleinden, namelijk de studie van het oeuvre van Jozef Rulof.
Het STIBA heeft trouwens na deze maatregel niets meer van zich laten horen, waar het voordien gedreigd had met juridische stappen, zodat we er redelijkerwijze van kunnen uitgaan dat het tevreden was met de getroffen maatregel.
Met klem willen de verdachten tegenspreken dat ze ‘het racistisch karakter van hun uitgaven erkennen’.
Vermeire heeft wellicht gezegd dat dit boek enkel bij de uitgever rechtstreeks te verkrijgen is omdat er problemen i.v.m. racisme zijn opgeworpen rondom het boek.
Anders gezegd, omdat anderen (in casu de STIBA) deze bezwaren geopperd hadden.
Vermeire kan tevens onder ede verklaren dat bepaalde uitspraken op de beurs aan hem ontlokt zijn en als dusdanig in de mond zijn gelegd door zijn ondervragers.
De advocaat van het CGKR heeft tijdens zijn mondeling pleidooi voor de raadkamer trouwens toegegeven dat zij enige ‘druk’ hebben uitgeoefend op Vermeire om hun gegeerde verklaringen te ontfutselen.