Inzet van de zaak
De advocaat van de uitgever in mei 2007:
De inzet van de zaak was ongemeen groot:
- op de betichtingen racisme en negationisme staan zware straffen: tot één jaar gevangenisstraf per betichting en boetes tot 2.500 € (tot 5.000 € als het om negationisme gaat).
Daarnaast kan men ook nog voor een duur tot 10 jaar ontzet worden uit bepaalde politieke of burgerlijke rechten (art. 33 SW).
Daarnaast kan de rechtbank nog bijkomende maatregelen uitspreken: bijvoorbeeld het verbeurd verklaren van goederen (zoals in ons geval de boeken), het aanstellen van sequesters over vennootschappen en verenigingen teneinde tot liquidatie ervan over te gaan (zou ook in onze zaak op de Stichtingen kunnen zijn toegepast).
Nog zwaarder is het maatschappelijk stigma. Diegenen die zijn veroordeeld wegens racisme, discriminatie of negationisme zijn zonder twijfel de moderne “ketters”.
- Van meetaf aan was het duidelijk dat het CGKR zich niet tevreden stelde met een louter symbolische veroordeling. Het CGKR streefde niet meer of niet minder naar de vernietiging van de Stichtingen en naar het doen verdwijnen van de aardbodem van de filosofie van Jozef Rulof:
a) in het burgerlijk kortgeding vroeg het CGKR niet enkel het verbod van de boeken op de beurs te Berchem maar later ook elders in het land, dit onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 € per vastgestelde overtreding.
Het venijn zit hem in ‘later ook elders in het land’. Indien dit was toegekend dan was het voldoende voor het CGKR geweest om slechts nog enkele te koop aangeboden boeken in enkele boekhandels in Vlaanderen te vinden teneinde een veelvoud van de dwangsom te kunnen opeisen. De Stichtingen zouden de boeken nooit op tijd kunnen terugtrekken nu zij niet exact wisten welke boekhandels de boeken verkopen. De dwangsommen zouden uiteindelijk leiden tot het faillissement van de stichtingen en/of tot de aanstelling van een curator of sequester.
b) in de strafprocedure vroeg het CGKR niet enkel de veroordeling van de beklaagden, maar vroeg zij tevens om een verbod op te leggen om de boeken van Rulof in de toekomst nog te verspreiden.
Het was kortom een gevecht op leven en dood met het overleven van de filosofie van Rulof als inzet.
- Na vier jaar procedure zijn de Stichtingen verlost van een loden last. Immers reeds meer dan een kwarteeuw werden zij achtervolgd met het odium van racisme en antisemitisme (zie bijvoorbeeld de actie van de STIBA in de jaren tachtig). Met alle gevolgen vandien: negatieve publiciteit, wering van beurzen en tentoonstellingen allerhande, wering uit de media, wering door boekhandels en distributeurs...
Thans werd dit met één klap van de baan geruimd. De stichtingen zijn immers niet louter vrijgesproken, het ging in casu om een harde vrijspraak. De rechtbank heeft immers duidelijk en ondubbelzinnig gesteld dat de gelezen boeken (waaronder het zeer omstreden Volkeren der Aarde) NIET negationistisch zijn en NIET aanzetten tot haat, geweld of discriminatie. De vrijspraak kwam er dus duidelijk niet omwille van redenen van procedure (bijvoorbeeld verjaring,…) waarbij de grond van de zaak onbeschouwd wordt gelaten.
- Hier kan ook verwezen worden naar de globale precedentwaarde van het Rulof-proces.
In de rest van de (westerse) wereld zijn de racisme- en negationismewetgevingen vergelijkbaar (want door internationale instellingen aangestuurd).
België geldt dan nog als één van de landen met de strengste racisme- en negationismewetgeving. Kortom: als men in België vrijgesproken geraakt, is de kans klein dat men nog elders in de wereld kan veroordeeld worden!
Ook met een burgerlijk kortgeding kan men de Stichtingen nog moeilijk lastig vallen nu ook de regels voor het kortgeding in de ganse westerse wereld vergelijkbaar zijn.
Het lijkt dus quasi uitgesloten dat de Stichtingen nog ergens in de wereld in de nabije of verdere toekomst zullen verontrust worden wegens racisme of negationisme. En zo ja kan men de definitief geworden uitspraken van het Hof van Beroep te Antwerpen en de Correctionele Rechtbank te Dendermonde gebruiken als stevig schild én precedent.
Ook belangrijk in dit verband is dat de rechtbank in Dendermonde zich vooral gesteund heeft op rechtspraak van de hoogste en gespecialiseerde gerechtshoven Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof) en Europees Hof van de Rechten van de Mens. Het gezag van het EHRM en zijn rechtspraak wordt in gans Europa erkend (én in een groot deel van de rest van de wereld). Het Dendermondse vonnis heeft onmiskenbaar internationale uitstraling!
- Kortom: het Rulof-proces in België was geen eindpunt maar zal het begin vormen van een nieuwe start. Het zal later gezien worden als een keerpunt in de geschiedenis van het Rulof-genootschap