Aanzetten tot haat?
Het CGKR schrijft op pag. 2 en 3 van haar eenzijdig verzoekschrift:
Door het publiceren van de boeken van Jozef Rulof, die vol staan met uitingen die een inbreuk vormen op de bestaande Antiracismewet van 1981, de Negationismewet van 23 maart 1995 en de nieuwe antidiscriminatiewet, maakt de Stichting Wayti zich schuldig aan het aanzetten tot haat. (Artikel 1 Antiracismewet, eventueel in combinatie met art. 66 Swb.)
De Antiracismewet stelt het in het openbaar aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon of groep wegens zijn/hun ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming strafbaar.
Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Bestrijding van Racisme is overtuigd dat de vermelde boeken van Jozef Rulof inhoudelijk zuiver racistisch zijn en dat deze teksten ontegensprekelijk mensen in het openbaar aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon of groep wegens zijn/hun ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming.
De uitgever schreef hierover inderhaast op 13 mei:
Bij de duizenden lezers van de boeken van Jozef Rulof over een periode van 70 jaar is dit nog nooit geconstateerd!
Integendeel, de filosofie van Jozef Rulof heeft als eerste basisbeginsel de gelijkwaardigheid van alle mensen ongeacht ras, huidskleur, nationaliteit, geslacht, of welk verschil dan ook.
Alle boeken roepen op tot het ‘Hebt elkander lief’ van Christus, terwijl ontelbare keren gewezen wordt op het feit dat alles wat we een ander aandoen, ooit naar onszelf terugkeert totdat we al het andere leven op aarde liefhebben.
In de boeken wordt duidelijk gemaakt dat de emotie ‘haat’ thuishoort in een zeer lage afstemming van geestelijk functioneren, een afstemming waaruit we ons dienen te verheffen willen we ooit geestelijke evolueren.
We vulden dit later aan voor het Hof van Beroep met:
Het Centrum en de eerste rechter baseren zich op de wettekst ter zake om de formulering van hun overtuigingen en stellingen een wettelijk ‘karakter’ te geven.
Indien deze overtuigingen en stellingen werkelijk waarheid zouden bevatten, dan zou je toch mogen veronderstellen dat in de voorbije 50 jaar dat deze boeken vrij verkrijgbaar waren er zich openbare incidenten van haat, discriminatie of geweld hadden voorgedaan die in verband moeten gebracht worden met deze boeken.
Hiervan is ons niets bekend.
Geen discriminatie, geen haat en geen geweld in de periode van 50 jaar dat deze boeken daadwerkelijk gelezen werden door tienduizenden mensen.
Om deze maatschappelijke werkelijkheid ‘tastbaar’ te maken hebben concluanten aan reële lezers van de boeken van Jozef Rulof gevraagd of deze boeken hun aanzetten tot discriminatie, haat of geweld.
En meer omvattend gesteld, waar deze boeken hen toe aanzetten, wat het lezen van deze boeken voor hen betekent.
Deze lezers kunnen door hun jarenlang lezen en herlezen als experts worden beschouwd wat betreft de bovengenoemde overtuigingen en stellingen van het Centrum en de eerste rechter.
De bundeling van deze getuigenissen van deze concrete lezers wordt in het dossier bijgevoegd.
Uit deze honderden getuigenissen blijkt ontegensprekelijk dat de boeken van Jozef Rulof haar reële lezers aanzet tot liefde, respect, begrip en geweldloosheid.
Uit de getuigenissen blijkt wel dat vele lezers de uitspraken van het Centrum en het vonnis van de eerste rechter ervaren als ‘beledigend en kwetsend wegens hun levensovertuiging’.
Door deze uitspraken en de hetze in de media worden immers niet alleen de boeken gestigmatiseerd als racistisch en discriminerend, maar tevens in één adem ook de lezers van deze boeken.
Voor duizenden lezers zijn deze boeken hoogstaande literatuur waar zij zich geestelijk door voelen evolueren.
Voor velen is het hun levensovertuiging geworden.
De oorspronkelijke eis van het Centrum om zonder grondig onderzoek 15 boeken te verbieden tast niet alleen de vrije meningsuiting aan van de schrijver, maar tevens van deze duizenden mensen.
Bovendien wordt bij een verbod van boeken alle volgende potentiële lezers, en toekomstige generaties, de mogelijkheid ontnomen om voor zichzelf een mening te vormen door het lezen van deze boeken.
Blijkbaar gaan het Centrum en de eerste rechter ervan uit dat de burger van dit land niet mondig genoeg is om zelf te bepalen wat hij leest en hoe hij zich geestelijk ontwikkelen kan.
Dat duizenden mensen daadwerkelijk ervaren en openlijk getuigen dat deze boeken hen inderdaad geestelijk welzijn brengen, werd door de eerste rechter blijkbaar niet gezien.