Rechters doorbreken circelredenering

Terug naar het VONNIS, waarin de drie rechters op pag. 6 onze stelling samenvatten:
De verdediging stelt dat het gevraagde bijkomend onderzoek niet werd voldaan en er aldus geen onafhankelijk wetenschappelijk-verantwoord onderzoek werd gevoerd naar de persoon en filosofie van Jozef Rulof, noch naar de vorm of de algemene context van zijn geschriften, noch naar het feit of het geheel van het werk aanzet tot haat en geweld, noch naar het feit dat zijn werk of een deel ervan negationistisch of racistisch is.
Dit heeft volgens de verdediging tot gevolg dat de beide tenlasteleggingen van de dagvaarding door de bodemrechter niet kunnen worden getoetst aan de feitelijke elementen van het dossier.
In hun ‘Beoordeling door de rechtbank met betrekking tot de onvolledigheid van het onderzoek’ op pag. 13 zeggen de drie rechters over de cirkelredenering:
De vraag van beklaagden aan de onderzoeksrechter tot bijkomend onderzoek was niet onlogisch.
Deze vraag werd afgewezen om reden dat de feiten waarvoor vervolging werd ingesteld niet gaan over de persoon van Jozef Rulof of zijn geschriften an sich, doch wel en des te meer over wat verzoekers met deze geschriften doen.
Het is uiteraard juist dat de beklaagden worden vervolgd wegens de verspreiding van deze geschriften.
Doch wil deze openbaarmaking een inbreuk uitmaken op de Negationismewet of de Antiracismewet, dan moet eerst uitgemaakt worden of deze geschriften inhoudelijk een inbreuk vormen op de wetgevingen.
Een boek of een geschrift dient steeds in zijn geheel beoordeeld te worden op mogelijk inbreuken op de weerhouden tenlasteleggingen A en B.
Het volstaat dus niet om enkele citaten te lichten uit een omvangrijk oeuvre (meer dan 11.000 bladzijden) om dan te stellen dat elk boek afzonderlijk of het oeuvre in zijn geheel een inbreuk uitmaakt op de Antiracismewet en/of de Negationismewet.
Feitelijk hadden de rechters op dit moment hun werk kunnen staken.
Ze bevestigen immers onze stelling: Dit heeft tot gevolg dat de beide tenlasteleggingen van de dagvaarding door de bodemrechter niet kunnen worden getoetst aan de feitelijke elementen van het dossier.
Aan de elementen van het dossier – een aantal losse citaten – hebben de rechters niet genoeg.
Het gerechtelijk onderzoek heeft hun niet opgeleverd wat ze nodig hebben om tot een gefundeerd oordeel te komen, namelijk: het onderzoek of een boek afzonderlijk of het oeuvre in zijn geheel racistisch of negationistisch is.
Om toch verder te kunnen met hun werk hebben de drie rechters besloten zélf boeken van Jozef Rulof te gaan lezen.
Op die wijze konden ze door eigen onderzoek nagaan of een boek in zijn geheel een inbreuk uitmaakt op de Antiracismewet en/of de Negationismewet.