Het kort geding
Op 12 mei 2003 daagt het CGKR de uitgever voor de kort geding rechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen.
geeft de volledige tekst van de dagvaarding in kort geding met verkorting van termijnen.
Deze dagvaarding is inhoudelijk gelijk aan de tekst van het eenzijdig verzoekschrift, alleen de doelstelling verschilt.
Waar het eenzijdig verzoekschrift beoogde de uitgever veroordeeld te krijgen zonder wederwoord, geeft de dagvaarding in kort geding met verkorting van dagvaardingstermijnen de uitgever een halve dag de tijd om een verdediging te schrijven.
Omdat beide teksten inhoudelijk gelijk zijn, wordt in het navolgende altijd verwezen naar de paginering van het meest oorspronkelijke document, het eenzijdig verzoekschrift.
Inhoudelijk precies dezelfde tekst is ook gebruikt als klacht met burgerlijke partijstelling in de strafrechtszaak.
Op deze wijze zijn de argumenten die het CGKR gebruikt in het kort geding ook meegewogen door de drie rechters in de strafrechtszaak.
Formeel verlopen de twee rechtsprocedures onafhankelijk van elkaar.
Burgerlijk recht en strafrecht hebben hun eigen procedures, behandelende instanties en bevoegdheden.
Vanaf 12 mei 2003 liepen er dus twee rechtszaken tegen de uitgever, gescheiden van elkaar: het kort geding en later het beroep op het kort geding als burgerlijke rechtszaak, en daarnaast de strafrechtszaak.
Maar omdat het CGKR dezelfde tekst gebruikte voor het opstarten van beide rechtszaken, hebben ook de drie rechters in de strafrechtszaak de aantijgingen die in de volgende hoofdstukken aan bod zullen komen, beoordeeld.
Op pag. 16 van hun VONNIS noemen ze deze aantijgingen ‘ongecontroleerde algemeenheden’:
De rechtbank stelt zich dan ook ernstige vragen over dergelijke “onzorgvuldigheid”, die ook terug te vinden is in de dagvaarding weergegeven citaten en ongecontroleerde algemeenheden.