Samenvatting vonnis

Samenvatting van het vonnis van 3 april 2007 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde (België).

Het Openbaar Ministerie van België stelt dat de uitgever van de boeken van Jozef Rulof zich schuldig maakt aan het overtreden van twee Belgische wetten: A: de Negationismewet (het ontkennen van de Holocaust) en B: de Antiracismewet.
Om deze stelling te staven presenteert het Ministerie enkele citaten omtrent Hitler en 21 citaten omtrent rassen uit het boek ‘Het Ontstaan van het Heelal’.
Over het gebruik van citaten zeggen de rechters op pag. 13 van hun vonnis:
Een boek of een geschrift dient steeds in zijn geheel beoordeeld te worden op mogelijk inbreuken op de weerhouden tenlasteleggingen A en B.
Het volstaat dus niet om enkele citaten te lichten uit een omvangrijk oeuvre (meer dan 11.000 bladzijden) om dan te stellen dat elk boek afzonderlijk of het oeuvre in zijn geheel een inbreuk uitmaakt op de Antiracismewet en/of de Negationismewet.
(...)
Zo dient de rechtbank vast te stellen dat een deel van het geciteerde onder de tenlasteleggingen A.2 en B.23, meer bepaald “Wie Hitler beschimpt, belastert Jezus” in elk geval niet terug te vinden is in de drie ter correctionele griffie neergelegde boeken.
Vervolgens geven de rechters een tekst uit het boek ‘De Volkeren der Aarde’ die aantoont dat de inhoud van het vervalste citaat niet strookt met de leer van Jozef Rulof.
De rechters besluiten:
Het gevaar van het gebruik van louter citaten of beweerde citaten uit een boek kan aldus niet beter worden geïllustreerd.
Over de vermeende inbreuk op de Negationismewet zeggen de rechters op pag. 14 het volgende:
De rechtbank heeft zich de moeite getroost om het boek “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien” door te nemen.
Uit dit boek blijkt duidelijk dat de genocide niet wordt ontkend, niet wordt geminimaliseerd, niet wordt gerechtvaardigd en niet wordt goedgekeurd.
(...)
De vier beklaagden dienen dan ook voor de tenlastelegging A, in al haar onderdelen, te worden vrijgesproken.
Over de vermeende inbreuk op de Antiracismewet zeggen de rechters op pag. 17 het volgende:
Uit het “Voorbericht” in het boek “Het Ontstaan van het Heelal”, blijkt dit boek te dateren uit 1939.
Dit boek werd aldus in een bepaalde tijdsgeest geschreven.
Ook hier kunnen de citaten niet los gezien worden van de totale inhoud van het boek, de tijdsgeest (zeer belangrijk) waarin het werd geschreven en de plaatsing van het woordgebruik en de betekenis ervan in die tijdsperiode.
Alles dient gezien in de ‘filosoferende’ context van dit boek met betrekking tot het ontstaan van de schepping.
(...)
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de drie boeken, waarvan zij kennis kon nemen, inhoudelijk niet van aard zijn om te kunnen aanzetten (aanmoedigen of aansporen) tot discriminatie, segregatie, haar of geweld en deze boeken evenmin met dat doel werden geschreven. De bijzondere wil om aan te zetten tot discriminatie, segregatie, haat of geweld is niet aanwezig.
(...)
Gezien die boeken niet in strijd zijn met de Antiracismewet kunnen de verspreiders van die geschriften (boeken) uiteraard niet worden veroordeeld op basis van de Antiracismewet.