Het oeuvre in zijn geheel
Lid 2 van art. 10 van het EVRM op pag. 7 luidt:
Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.
We schreven hierover in onze besluiten ten gronde:
Indien het Straatburgse Hof vaststelt dat een beperking van de meningsuiting bij wet voorzien is én er sprake is van een ‘in het belang van’ conditie zoals opgesomd in lid 2, onderzoekt zij vervolgens of de beperking ‘in een democratische samenleving noodzakelijk’ is.
Hierbij toetst zij steeds of de uitingen in hun geheel ‘aanzetten tot geweld, terrorisme of gewapende opstand’.
Als deze toets negatief uitvalt, concludeert het EHRM steevast dat er geen dwingende sociale behoefte is om de vrije meningsuiting in te perken in de vorm van een (burgerrechterlijke of strafrechterlijke) veroordeling van de verantwoordelijken voor het verspreiden van die meningsuitingen, zelfs al zouden deze uitingen anderen kunnen kwetsen of haatdragend zijn.
Hierdoor ziet het Hof zich herhaaldelijk genoodzaakt een overtreding van art.
10 vast te stellen.
Deze argumentatie werd overgenomen door het Belgische Arbitragehof.
Zo bijvoorbeeld bevatte de meningsuiting in de zaak Abdullah Aydin/Turkije scherpe en virulente kritiek, maar ook een oproep tot vrede, gelijkheid en vrijheid.
Het geheel in ogenschouw nemende besloot het EHRM tot een schending van art.
10.
Ook in de zaak C.S.Y./Turkije stelden de Straatburgse rechters een overtreding van art. 10 vast omdat het gecontesteerde boek in zijn geheel opriep om via een vreedzame weg een oplossing te vinden voor de gestelde problemen.
Wat is het ‘in hun geheel’ bij de boeken van Jozef Rulof?
Wat door het OM en het CGKR gepresenteerd wordt gaat hooguit over 0,2 procent van de totale filosofie.
Waarover gaat dan die 99,8 van de filosofie die de BP niet bespreekt, en die niet onderzocht is in het kader van het gerechtelijk onderzoek?
Dit omvangrijk oeuvre strekt zich uit over psychologie, parapsychologie, filosofie, religie, antropologie, astronomie en kosmologie.
Het laat ons de innige samenhang van al het leven zien met de wonderlijke evolutie van mens en heelal van piepkleine oorsprong tot kosmische bestemming.
Deze 27 boeken bevatten samen meer dan 11.000 pagina’s tekst.
Het materieel element van de tenlasteleggingen verwijst dus niet naar een pamflet of een vlugschrift, naar een eenmalige uitlating van een persoon of naar een kort gebeuren in de geschiedenis, maar naar een zeer omvangrijk oeuvre dat in zijn geheel met recht een ‘filosofie’ genoemd kan worden.
De meer dan 11.000 pagina’s gaan onder meer uitvoerig in op de volgende onderwerpen:
bijnadoodervaringen; samenhang van lichaam, geest en ziel; wonderkinderen; talenten, aanleg en karakter; de wet van oorzaak en gevolg; karma; herinneringen aan vorige levens en het déjà-vu; sterven als geestelijke geboorte; waar en hoe leven onze overleden geliefden; ‘Gij zult niet doden’ in oorlogstijd; dienende liefde; de eeuwige verbintenis met onze tweelingziel; het huwelijk; het moederschap; de zeven graden van het huwelijk; Golgotha; de bijbel in het licht van gene zijde; het Oude Testament; Mozes’ wedergeboorte op aarde; van Mozes naar Christus; Judas Iskariot; Caiphas; wat drijft Adolf Hitler; het oorzaak en gevolg van de enkeling, de massa en de mensheid; de volkeren der aarde als karaktereigenschappen bezien; de verenigde volkeren der aarde; het spreken onder inspiratie; de psychische trance; levitaties en spoken; deelpersoonlijkheden en onderbewustzijn; geestelijk bedrog in Holland, Amerika en de rest van de wereld; aantrekken van een ziel; epilepsie; geestelijke en universele liefde; gesplitste persoonlijkheid; godsdienstwaanzin; hypnose; kunstmatige bevruchting; menselijke stem; narcose; natuurlijke geneesmiddelen; occulte wetten; Ramakrishna; schijndood; slaapwandelen; telepathie; de eeuw van Christus; de universiteit van Christus; vegetarisch eten; het ontstaan en de ontwikkeling van het universum; de evolutie van de mens van cel tot kosmische gestalte; reïncarnatie voor mens en macrokosmos; de toekomst van de mensheid en Moeder Aarde; de betekenis van de piramide van Gizeh en de sfinx; de God van liefde en eeuwige evolutie; onze levens op andere planeten; reïncarnatie als sleutel tot zelfkennis; liefde en priesterschap in de mystieke tempels van het Oude Egypte; geestelijke helderziendheid en heldervoelendheid; kindersfeer; genieën in het kwaad; beeldende kunst en schilderkunst in de sferen van licht; zielsziekten, krankzinnigheid, psychopathie, bezetenheid, zwakte van geest; evolutie van de kosmos; het ontstaan en leven van ruimtelijke lichamen en stelsels zoals sterren, planeten en zonnestelsels; de geestelijke ontwikkeling van de eenling, de massa en de mensheid, en de dierenwereld; de goddelijke vonk; het instinct en het voordierlijk bewustzijn; de ontwikkeling van de aarde; het ontstaan van de hel; de mens als schepper van licht; de diepte van het zielenleven; lessen in concentratie; de graden van de slaap; geestelijk uittreden; aan het hof van de Farao; het raadsel leven en dood; het ontstaan van de mensheid.
‘In zijn geheel’ staat in alle werken van Jozef Rulof de geestelijke ontwikkeling van de mens centraal.
Hoe de mens zich ontwikkelt van instinctief onbewust wezen naar universeel liefdevol wezen.
Hoe we ons kunnen bekwamen om altijd te kijken naar het Leven in die andere mens, in plaats van naar zijn lichaam of persoonlijkheid, zijn gedragingen of tekortkomingen.
De ‘filosofie’ stelt dat het alleen om de diepte van het zielenleven gaat, om het innerlijk gevoelsleven en het geestelijk bewustzijn, omdat dit evolueert, zelfs na de dood van het lichaam.
De tenlasteleggingen vermelden een aantal citaten die moeten aantonen dat de uitgever zich schuldig maakt aan twee wetten door het verspreiden van deze citaten.
Als uitgever verspreiden wij geen citaten.
Het OM en het CGKR verspreiden citaten in deze rechtszaak, de uitgever niet.
De uitgever verkoopt wel boeken, waarin bepaalde fragmenten voorkomen.
Maar die fragmenten zijn steeds ingebed in een context van een boek dat meerdere honderden pagina’s omvat, en in zijn geheel als boek een positieve boodschap naar de mensheid heeft.
Een reeks zogenaamde citaten opvoeren uit een oeuvre van meer dan 11.000 bladzijden (waarvan de selectie duidelijk met negatieve vooringenomenheid geschiedde) en vervolgens zeggen dat de boeken afzonderlijk of het oeuvre in zijn geheel aanzetten tot haat is niet ernstig en niet aanvaardbaar.
Met losse en uit hun verband gerukte citaten uit omvangrijke boekwerken zoals in casu kan men alles en niets bewijzen.
Het CGKR laat door deze selectieve en uit hun context gerukte presentatie van citaten zien wat zij zelf vindt, namelijk dat hier sprake is van negationisme en racisme.
Dat is haar mening.
De schrijver noch de uitgever geven echter deze selectie van citaten aan de wereld, bij hun gaat het om volledige boeken die een positieve boodschap brengen.
Gezien de omvang en de aard van de behandelde onderwerpen kan de filosofie van Jozef Rulof beschouwd worden als een ‘levensbeschouwing’.
Duizenden lezers ervaren het als hun levensbeschouwing, hun geestelijke ‘stimulans’ om eraan te werken een beter mens te worden.
De reeks boeken van Jozef Rulof zijn geen op één hoop geveegde verzameling van 11.000 pagina’s lange ‘citaten’ zonder verband, maar een coherent geheel van mens- en wereldbeeld.
De letterlijke a-contextuele beoordeling van de citaten die in de tenlasteleggingen voorkomen is niet conform de realiteit van het feit dat deze citaten deel zijn van een geïntegreerde levensbeschouwing.