Eenzijdig verzoekschrift

Na op 5 maart 2003 te hebben vernomen dat het OM te Brugge niet overgaat tot vervolging, begint het CGKR op 12 mei 2003 een kort geding tegen de uitgever.
In de dagvaarding zit een ‘vordering bij eenzijdig verzoekschrift’ van 7 mei 2003, zie pag. 10-17 van
Wat gaat er schuil achter de juridische term ‘vordering bij eenzijdig verzoekschrift’?
Een procedure op eenzijdig verzoekschrift is een procedure waarbij een vordering wordt ingesteld waarvan de tegenpartij niet in kennis wordt gesteld en aldus niet wordt uitgenodigd om verweer te voeren.
De tegenpartij zal pas kennis krijgen van de vordering nadat de rechter er over heeft geoordeeld.
De beschikking van de rechter wordt in de regel niet in de openbaarheid genomen maar achter de gesloten deuren van de raadkamer, om niet het risico te lopen dat het beoogde verrassingseffect verloren zou gaan.
De beslissing wordt vervolgens binnen de drie dagen na de uitspraak bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de verzoekende partij en niet aan de tegenpartij.
Deze eenzijdige procedure is een afwijking van de normale gerechtelijke procedures die tegensprekelijk zijn, waar de tegenpartij dus de kans krijgt om zich te verdedigen.
De eenzijdige procedure kan alleen in gevallen van ‘uiterst dringende noodzakelijkheid’, bijvoorbeeld wanneer de voorafgaandelijke mededeling van het verzoekschrift aan de tegenpartij het nut van de gevraagde maatregel zou wegnemen.
Men kan hier denken aan het beslag leggen op goederen waarvan gevreesd worden dat die zouden verdwijnen wanneer de eigenaar weet krijgt van de maatregel tot inbeslagname.
In het verleden werd het eenzijdig verzoekschrift nogal eens gebruikt om overspel vast te stellen, zodat een voordelige echtscheiding bekomen kon worden.
Andere voorbeelden zijn het opheffen van een blokkade van de ingang van een gebouw bij een staking, of het wegslepen van achtergelaten voertuigen die de toegang tot garages of staanplaatsen van private eigenaars blokkeren.
Eenvoudig gezegd: het CGKR probeerde de uitgever veroordeeld te krijgen zonder dat de uitgever de kans kreeg om gehoord te worden, zonder vorm van proces !!
En de gevraagde veroordeling is niet min:
het verbod om 15 boeken van Jozef Rulof te verkopen of te verspreiden in België, met straffe van dwangsom van 10.000 euro als dit verbod overtreden wordt.
Opmerkelijk is dat de advocaat van het CGKR later met de hand op pag. 5 van het eenzijdig verzoekschrift heeft bijgeschreven:
Onder geschikt daar aan, verkorting van de wettelijke dagvaardingstermijnen te horen bevelen
Dit betekent dat het CGKR in eerste instantie hoopte dat de rechter eenzijdig het verbod zou uitspreken zonder de uitgever te horen, en als de rechter dat niet zou doen, dat dan in tweede instantie de rechter toch een verkorting van de wettelijke dagvaardingstermijnen zou willen toestaan.
De wettelijke dagvaardingstermijn is 2 dagen. Het CGKR vraagt om deze termijn te verkorten.
Een kort geding is al kort, maar voor het CGKR moet het dus nog korter, of liever, helemaal eenzijdig, zonder wederwoord van de uitgever.