Achter de schermen

Hoe is het CGKR eigenlijk in contact gekomen met de filosofie van Jozef Rulof?
Het CGKR zegt hierover:
Het CGKR kreeg voorheen een brief van het Landelijk Bureau Racismebestrijding uit Nederland (later hernoemd tot Art 1) met de mededeling dat de Stichting Wayti Uitgeverij (antisemitische en racistische) boeken van Jozef Rulof wou gaan verkopen op Belgische beurzen.
Met die informatie ging het CGKR naar het OM (de Procureur des Konings te Brugge), maar die had er op 5 maart 2003 geen oren naar:
In aansluiting met ons recent onderhoud m.b.t. de publicaties van de genaamde Jozef Rulof, laat ik u weten dat het mijn ambt niet aangewezen voorkomt ter zake tussen te komen.
Hoe verwerpelijk naar inhoud het gedachtengoed en de teksten van voornoemde ook mogen zijn, het openbaar karakter ervan lijkt mij bijzonder beperkt, nog aangenomen dat de doorsnee sterveling enige belangstelling zou koesteren voor dergelijke literatuur, laat staan er iets van vatten.
Het OM te Brugge geeft dus niet alleen aan dat het geen vervolging wil instellen, maar motiveert die weigering ook door aan te geven dat het openbaar karakter van de boeken van Jozef Rulof te gering is.
Hiermee verwijst het OM te Brugge naar de rechtspraak van het Europees Hof.
Dat Hof stelt dat de noodzaak om de vrijheid van meningsuiting te beknotten alleen kan voortvloeien uit een groot openbaar karakter van het verspreiden van een mening, dat een onmiddellijk en groot gevaar voor de samenleving oplevert.
De drie rechters hebben in hun vonnis op pag. 17 in 2007 het oordeel van het OM te Brugge bevestigd:
De rechtbank heeft getracht ook dit boek te doorworstelen en komt tot dezelfde conclusie als de procureur des Konings van Brugge in zijn schrijven van 05 maart 2003 (stuk 97 van het strafdossier).
De drie rechters schrijven dit in het kader van hun beoordeling of ‘Het Ontstaan van het Heelal’ de Antiracismewet overtreedt.
Hier wordt later in dit dossier uitvoerig op ingegaan.