Openbaar karakter
Naast de restricties die het Arbitragehof oplegt in verband met het bijzonder opzet verwijzen de drie rechters in hun vonnis pag. 17 ook naar de restricties in verband met het openbaar karakter:
Uit het “Voorbericht” in het boek “Het Ontstaan van het Heelal”, blijkt dit boek te dateren van 1939.
Dit boek werd aldus in een bepaalde tijdsgeest geschreven.
Ook hier kunnen de citaten niet los gezien worden van de totale inhoud van het boek, de tijdsgeest (zeer belangrijk) waarin het werd geschreven en de plaatsing van het woordgebruik en de betekenis ervan in die tijdsperiode.
Alles dient gezien in de ‘filosoferende’ context van dit boek met betrekking tot het ontstaan van de schepping.
Het eerste deel gaat over ‘Het Stoffelijk Organisme’.
Het tweede deel behandelt ‘Het Zieleleven’.
Het derde deel ‘De Wedergeboorte op aarde’.
(...)
De rechtbank heeft getracht ook dit boek te doorworstelen en komt tot dezelfde conclusie als de procureur des Konings van Brugge in zijn schrijven van 05 maart 2003 (stuk 97 van het strafdossier).
Ongeacht de inhoud, lijkt ook voor de rechtbank het openbaar karakter van de boeken van Jozef Rulof, althans deze waarvan de rechtbank kennis kon nemen, bijzonder beperkt, nog aangenomen dat de “doorsneesterveling” enige belangstelling zou koesteren voor dergelijke literatuur, laat staan er iets van vatten.
De restrictie in verband met het openbaar karakter wordt opgelegd door het Europees Hof van de Rechten van de Mens.
De uitgever had hieromtrent in zijn besluiten ten gronde geschreven:
Het EHRM gebiedt dat onderzocht moet worden in welke vorm de (geïncrimineerde) geschriften zijn opgesteld.
Een literair onderzoek van elk boek afzonderlijk is daarom noodzakelijk.
Dit onderzoek is niet uitgevoerd door het OM of door de onderzoeksrechter.
Een literair wetenschappelijk-verantwoord onderzoek zou uitwijzen dat de meeste boeken van Jozef Rulof in een romanvorm geschreven zijn.
Zo is het boek ‘Het Ontstaan van het Heelal’ geschreven als een reisverslag waarin twee personen met elkaar in gesprek zijn, met name Jozef Rulof en zijn leraar meester Alcar.
Het is dus geen ‘leerstellig’ boek dat stellingen poneert die ‘de leer’ uitdragen, maar een roman waar de lezer vrij wordt gelaten zich al dan niet met de personages en de behandelde thematieken te identificeren.
In de zaak Alinak/Turkije stelt het EHRM vast dat de romanvorm van het gecontesteerde boek een beperkte impact heeft op de publieke opinie, zodat een overheidsinmenging ‘niet noodzakelijk is in een democratische samenleving’.
Ook bij de zaak Karkin/Turkije weegt de beperkte potentiële impact van de gewraakte meningsuitingen mee om te besluiten dat er geen dwingende sociale behoefte bestaat om een overheidsinmenging te rechtvaardigen.
In een brief van 5 maart 2003 bleek de Brugse Procureur zich ter dege bewust van deze belangrijke afweging door te stellen dat het openbaar karakter bijzonder beperkt is.