Beroep op kort geding
Op 21 mei 2003 gaat de uitgever in beroep tegen de beschikking van de rechter in kort geding.
De argumenten van de uitgever en het CGKR zijn in het voorgaande al ruim aan bod gekomen.
Op 8 maart 2004 velt het Hof van Beroep te Antwerpen haar arrest.
Hierin geeft het Hof onder meer antwoord op de vraag of de rechter in kort geding een juiste beoordeling heeft gedaan door uit te gaan van hoogdringendheid, de basisvoorwaarde van een kort geding.
Hoogdringendheid is aanwezig wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang dan wel ernstige ongemakken te voorkomen.
Te dezen blijkt dat de publicatie van de boeken in kwestie al in ruime mate was verspreid.
Om die reden was het opgelegde verbod niet verantwoord.
Van de persvrijheid werd reeds gebruik gemaakt.
Alleen de rechter ten gronde kan oordelen of er misbruik van persvrijheid is en of in voorkomend geval er maatregelen dienen te worden opgelegd om het voortduren van schade te doen ophouden.
De eerste rechter heeft ten onrechte de opgelegde maatregel bevolen.
(…)
Het Hof,
Recht doende op tegenspraak;
(…)
Hervormt de bestreden beschikking;
Stelt vast dat de opgelegde maatregel werd uitgevoerd;
Zegt voor recht dat deze maatregel ten onrechte bij gebrek aan hoogdringendheid werd opgelegd;
(…)
Veroordeelt geïntimeerde tot de gerechtskosten in beide aanleggen
(…)