Gevolgen van Arrest
Het Hof van Beroep vernietigt hiermee de beschikking van de rechter in kort geding.
Die beschikking is dus van de kaart geveegd en er kan dus geen volgende rechtspraak meer op gebouwd worden.
In dit arrest kunnen we een onuitgesproken verwijzing vinden naar het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.
Persvrijheid kan beschouwd worden als een onderdeel van de vrijheid van meningsuiting zoals die door art. 10 beschermd wordt.
Doordat de boeken van Jozef Rulof al ruim 70 jaar vrij en ongehinderd verspreid worden valt de publicatie onder de persvrijheid.
In dit geval kan er dus geen sprake zijn van hoogdringendheid om deze boeken te verbieden.
In dit opzicht heeft dit arrest ook ‘precedentswaarde’.
Dit wil zeggen dat ook andere uitgevers zich in vergelijkbare zaken kunnen beroepen op dit arrest wanneer men even snel de verspreiding van hun boeken wil verbieden.
Het Hof maakt duidelijk dat de vrijheid van meningsuiting niet mag gekortwiekt worden door een schijnvertoning van urgentie in te roepen.
Ook niet onder het mom van discriminatie en racisme.
In de rechtsleer zegt Dirk Voorhoof hierover (zie: D. Voorhoof, “Hof weigert verspreidingsverbod van boeken met racistische inslag”, De Juristenkrant 2004, nr. 89, 13.):
Bijkomend argument is dat de kortgedingrechter waar het de expressievrijheid betreft zich bijzonder terughoudend moet opstellen om louter ‘prima facie’ te beoordelen of de inhoud van een publicatie in strijd is met de Antiracismewet of met de wet bestrijding discriminatie.
Toch blijft de reikwijdte van dit arrest beperkt tot de juridische sfeer.
Het Hof heeft immers niet gezegd dat de filosofie van Jozef Rulof niet racistisch is.
Dat behoorde ook niet tot haar rol of taak.
Maar voor de publieke opinie betekent dit dat er wel een rechter geoordeeld heeft dat Jozef Rulof racistisch is, terwijl er nog geen andere rechter gezegd heeft dat dit niet zo is.
Het arrest is ook nauwelijks in de Vlaamse media aan bod gekomen.
Conclusie: ook na 8 maart 2004 blijft Jozef Rulof voor de publieke opinie wellicht racistisch, dit is niet tegengesproken.
Het publiek onthoudt immers enkel het verbod en de uitgever – en ook de duizenden lezers – dragen het stigma van racisme, wat niet weggenomen is door dit arrest.
Juridisch gezien wordt de beoordeling van al of niet racisme doorgeschoven naar de lopende strafrechtszaak.
Dit is ‘de rechter ten gronde’.
Het CGKR berust in dit arrest en tekent geen cassatieberoep aan.
Tot hier de bespreking van het kort geding en het beroep op het kort geding. We gaan nu verder met de bodemprocedure.