Het achterhalen van de waarheid

We hadden na inzage van het gerechtelijk dossier aan de onderzoeksrechter gevraagd onder meer na te gaan of en waar alle opgevoerde citaten in de boeken van Jozef Rulof staan, en meer bepaald het zogenaamde citaat ‘Wie Hitler beschimpt, belastert Jezus’.
De onderzoeksrechter heeft deze vraag gehonoreerd.
In een brief van 4 maart 2005 aan de gerechtelijke politie van Dendermonde formuleert ze de bijkomende onderzoeksdaad als volgt:
Met verzoek over te gaan tot herverhoor van de Burgerlijke Partij inzake citaten opgenomen in de klacht namelijk:
1. of deze werkelijk in de boeken voorkomen; zo ja in welke boeken en op welke plaats bijvoorbeeld te onderzoeken in welke boek en op welke plaats volgend citaat voorkomt: “Wie Hitler beschimpt, belastert Jezus”
2. of deze citaten kunnen toegeschreven worden aan derde en/of vierde verzoekers;
3. zo neen, of auteur Rulof zelf aan het woord is;
4. zo neen, of auteur Rulof een ander personage dan hemzelf aan het woord laat.
Op 20 april 2005 ondervroeg de gerechtelijke politie voor de tweede maal de zegspersoon van het CGKR, K.P.R. Cooreman.
Cooreman verklaarde:
U vraagt mij of de citaten opgenomen in de klacht met burgerlijke partijstelling dd.
28.05.2003 werkelijk voorkomen in de boeken en op welke plaats.
Op deze vraag kan ik niet onmiddellijk antwoorden.
Ik zou dit terug moeten opzoeken in de boeken.(…)
Toch wel een opmerkelijke verklaring aangezien Cooreman tijdens zijn eerste verhoor gesteld heeft dat hij het dossier op de voet gevolgd heeft en best geplaatst is om in naam van het CGKR de aspecten van de klacht uiteen te zetten, daartoe gevolmachtigd door de Adjunct-directeur E. Deproost.
Hij zei in dat verhoor dat hij hun raadsman de nodige informatie bezorgde en bij het opstellen van de klachtbrief bijstond.
Gesteld dat het CGKR de boeken van Jozef Rulof zelf onderzocht had en op passages gestoten was die haar grieven opwekte, dan mag toch verondersteld worden dat zij wist of de citaten die zij aanhaalt werkelijk uit deze boeken komen.
Dan had Cooreman dus minstens kunnen antwoorden dat de citaten inderdaad in de boeken voorkomen en dat hij de bladzijden erbij zou zoeken.
Blijkbaar had de ‘best geïnformeerde persoon van het CGKR’ de boeken dus niet zelf bestudeerd.
Op 1 juni 2005 noteert de gerechtelijke politie een opmerkelijke wending van het CGKR:
(…) dat wij op 20.05.2005 telefonisch contact hebben gehad met COOREMAN Koenraad om hem te herinneren aan het feit dat hij beloofde de citaten zelf op te zoeken.
Hij deelde mede dat hij deze citaten zou laten vallen en ons hieromtrent een schrijven te richten.
Tot op heden is dit nog niet gebeurd.
Hierdoor was de onderzoeksrechter genoodzaakt opnieuw opdracht te geven tot herverhoor van Cooreman met de opdracht:
(…) hij dient te antwoorden of de citaten al dan niet werkelijk voorkomen in de boeken.
Een eenvoudig terugtrekken van zijn bewering volstaat niet.
De advocaat van het CGKR heeft blijkbaar weinig contact met het overheidsapparaat dat hij vertegenwoordigt.
In een brief van 16/9/2005 zegt de onderzoeksrechter:
Als raadsman van de BP mag verwacht worden dat u door uw kliente op de hoogte gehouden wordt van de door haar verder uit te voeren “gegevens levering” aan het gerechtelijk onderzoek, te meer omdat aan deze steeds een kopij van het proces verbaal werd overhandigd.
En na een nieuwe vraag van hem antwoordt de onderzoeksrechter:
U dankende voor uw schrijven dd. 26/09/05, moge ik er uw aandacht op vestigen dat, reeds herhaalde malen uw cliënte gevraagd werd in het overtuigingstuk aan te duiden waar de bedoelde passages te lezen zijn: de eerste opdracht dateert reeds van 04/03/05, en een aangestelde van uw cliënte meende toen ‘zijn bewering te moeten terug trekken’, en ging niet over tot het aanduiden van het gevraagde.
Uiteindelijk biedt Cooreman zich dan op 28 september 2005 opnieuw aan bij de gerechtelijke politie om te verklaren:
Ik bevestig mijn verklaring dd. 05.02.2004 (pv nr. 100236/04) waarin ik samen met u en uw collega het boek ‘Het Ontstaan van het Heelal’ heb overlopen en de gecontesteerde passages heb aangeduid.(…)
Wat betreft het betwiste citaat ‘Wie Hitler beschimpt, belastert Jezus’ heb ik navraag gedaan bij een genaamde Herman NIMIS uit Nederland die zich ook met dergelijke zaken bezig houdt.
Hij heeft mij geantwoord dat bedoeld citaat niet letterlijk voorkomt in het boek maar dat het een samenvatting betreft van allerlei citaten die ik niet meer kan aanhalen.
Om deze reden ook zie ik af van dit ene citaat (…)
Ik kan er nog aan toevoegen dat Herman NIMIS zich Rulofonderzoeker en –criticus noemt en dat hij over dit onderwerp publiceert in het tijdschrift Skepp dat banden heeft met de Universiteit Gent.(…)