Beoordeling door de drie rechters
Vonnis pag. 16 - 18:
1.3.3. De tenlastelegging B (Inbreuk op de Antiracismewet)
(...)
Uit het “Voorbericht” in het boek “Het Ontstaan van het Heelal”, blijkt dit boek te dateren van 1939.
Dit boek werd aldus in een bepaalde tijdsgeest geschreven.
Ook hier kunnen de citaten niet los gezien worden van de totale inhoud van het boek, de tijdsgeest (zeer belangrijk) waarin het werd geschreven en de plaatsing van het woordgebruik en de betekenis ervan in die tijdsperiode.
Alles dient gezien in de ‘filosoferende’ context van dit boek met betrekking tot het ontstaan van de schepping.
Het eerste deel gaat over ‘Het Stoffelijk Organisme’.
Het tweede deel behandelt ‘Het Zieleleven’.
Het derde deel ‘De Wedergeboorte op aarde’.
(...)
De rechtbank heeft getracht ook dit boek te doorworstelen en komt tot dezelfde conclusie als de procureur des Konings van Brugge in zijn schrijven van 05 maart 2003 (stuk 97 van het strafdossier).
Ongeacht de inhoud, lijkt ook voor de rechtbank het openbaar karakter van de boeken van Jozef Rulof, althans deze waarvan de rechtbank kennis kon nemen, bijzonder beperkt, nog aangenomen dat de “doorsneesterveling” enige belangstelling zou koesteren voor dergelijke literatuur, laat staan er iets van vatten.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de drie boeken, waarvan zij kennis kon nemen, inhoudelijk niet van aard zijn om te kunnen aanzetten (aanmoedigen of aansporen) tot discriminatie, segregatie, haat of geweld en deze boeken evenmin met dat doel werden geschreven.
De bijzondere wil om aan te zetten tot discriminatie, segregatie, haat of geweld is niet aanwezig.
Rekening houdende met het geschetste wettelijke kader en de elementen van de tenlastelegging B die de rechtbank kon nagaan via de drie beschikbare boeken, dient de rechtbank aldus te concluderen dat er geen inbreuk op de Antiracismewet kan worden weerhouden.
Gezien die boeken niet in strijd zijn met de Antiracismewet kunnen de verspreiders van die geschriften (boeken) uiteraard niet worden veroordeeld op basis van de Antiracismewet.
De vier beklaagden dienen dan ook voor de tenlastelegging B, in al haar onderdelen, te worden vrijgesproken.