Beoordeling door de drie rechters

Vonnis pag. 14 - 16:
1.3.2. De tenlastelegging A (Inbreuk op de Negationismewet)
Zoals hierboven reeds aangehaald (zie wettelijk kader – tenlastelegging A), kan er, gelet op het arrest van het Arbitragehof d.d. 12 juli 1996, over de begrippen "ontkennen" of "goedkeuren" geen misverstand meer bestaan.
In het eerste geval wordt het bestaan van de bedoelde genocide in haar totaliteit geloochend.
In het tweede geval hecht men er zijn goedkeuring aan en onderschrijft men aldus de nazi-ideologie.
De rechtbank heeft zich de moeite getroost om het boek “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien” door te nemen.
Uit dit boek blijkt duidelijk dat de genocide niet wordt ontkend, niet wordt geminimaliseerd, niet wordt gerechtvaardigd en niet wordt goedgekeurd.
De rechtbank beperkt zich tot het citeren van één passage uit het ter correctionele griffie neergelegde boek “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien”.
Het betreft de uitgave 2001 (de eerste druk verscheen in 1946).
De geciteerde tekst bevindt zich op de bladzijden 168 en 169:
De kinderen van (het Huis) Israël onder zijn volk huiveren van alles wat zij te zien en te horen krijgen.
De Joden worden tot vijanden van het Duitse volk verklaard en als zodanig behandeld.
Ook toont Hitler zich een vijand van de kerken.
Zij ontvangen van hem een kaakslag.
Wat Hitler om zich vergaart, zijn mensenhaters, bruten en sadisten.
Zij leven hun hartstochten uit ten koste van duizenden.
De gevoelsmens vlucht uit Duitsland en intussen gaan Hitler en de zijnen voort dood en verschrikking te brengen onder de Joden.
Zij zijn krankzinnig geworden, dit alles is beestachtig, maar het wordt nog erger.
De verschrikkingen hopen zich op, de martelingen worden steeds afschuwelijker.
Adolf Hitler is nu reeds de vijand van de mensheid geworden.
Nu Hitler zich eenmaal aan zijn gevoelens heeft overgegeven, lost hij geheel in het kwaad op; het verleden in hem openbaart zich aan het dagbewuste ik, dat thans volkomen plaats moet maken voor zijn slechte persoonlijkheid.
Het kwaad heeft zich van dit leven meester gemaakt, de duivelen van de hel scheppen zich door hem en zijn soort een eigen wereld en leven zich in de sfeer der Aarde uit.
En Adolf Hitler kan het kwaad, dat hij opgeroepen heeft, niet meer tegengaan.
Ieder van zijn volgelingen leeft zich uit, zij overtreffen elkander in wreedheid.
Door hellen en hemelen wordt Adolf Hitler bezield, hij dient de plannen van twee werelden.
Hitler denkt, dat het de Voorzienigheid is, die hem helpt.
Al zijn daden motiveert hij door de Voorzienigheid erachter te stellen.
Op haar gezag legt hij de zweep over de Joden en ranselt hij er meedogenloos op los.
Hij steriliseert het leven van God om een gezond volk te krijgen.
De Voorzienigheid wil het!
Hij bezoedelt het huwelijk en maakt er een mestput van.
Het kind hoort aan de staat.
De Voorzienigheid wil het!
Hij leeft met de zijnen in het prehistorische tijdperk.
Hij voelt het nieuwe, het komende door het kwade en verkeerde heen, maar wat uit zijn handen komt, is besmet met dierlijk gif.
En toch heeft deze man een taak te volbrengen voor Gene Zijde?
En deze taak wordt hem door de Eeuw van Christus opgelegd?
Wat leeft er in deze mens?
Waarom haat hij de Joden?
Waarom valt hij de kerken aan?
Is hij waarlijk door God gezonden of is hij de Satan zelf?
In Duitsland zelf ziet men hem als een God.
God en Christus gaan er voor aan de kant.
De volken der Aarde staan machteloos, want in eigen land kan de Führer doen wat hem goeddunkt.
Miljoenen zielen bidden tot God en smeken Hem deze demon van de Aarde weg te nemen.
Maar de volken zien het tegendeel geschieden, Hitlers macht groeit met het uur.
Zal zij straks niet de gehele mensheid vernietigen?
Men klampt zich vast aan de voorspellingen van de zieners en zieneressen, die daar bijzonder gul mee zijn en Hitler allerlei doden zien sterven.
Maar Adolf Hitler sterft niet en wordt evenmin vermoord.
Heeft God zich van de mensheid afgewend?
God schijnt al Zijn leven te vervloeken, God moet de mensheid wel haten.
Het vreselijke geschiedt, Hitler begint de oorlog en ondraaglijk is het leed, dat hij over miljoenen uitstort.
En nog is hij niet verzadigd, het beest gaat verder en waar hij zijn voetstappen zet, vloeit er bloed, veranderen huizen in puin en worden mensen gemarteld.
Toch zal hij zich in het door hem en de zijnen ontketende geweld verliezen, u zult het beleven.
Hij zal gaan twijfelen aan zijn Voorzienigheid, nu en dan wartaal spreken en in zichzelf een verschrikkelijke strijd voeren, daar hij dan niet meer weet, wat hij goed of verkeerd doet.
Dit alles zullen de geschiedschrijvers vastleggen, ik ga er hier niet verder op in, ik volg verder de geestelijke weg.
De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien, 1941
De geschiedschrijving laat Jozef Rulof aan anderen.
Rulof ‘filosofeert’ dan verder.
Hij stelt dat hij moet aantonen dat Adolf Hitler het instrument is, waarop deze eeuw speelt en hij preciseert:
Dat het Golgotha, het Koninkrijk Gods en de mensheid zijn, die hem als instrument nodig hebben, had u zeker niet gedacht.
Adolf Hitler kon dat instrument worden uitsluitend en alleen door zijn verleden.
Ik moet u nu in dat verleden binnenvoeren, zo ge alles wilt begrijpen.
De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien, 1941
Uit dit ‘gefilosofeer’ van Rulof blijkt nergens dat hij de genocide ontkent, goedkeurt, schromelijk minimaliseert of poogt te rechtvaardigen en evenmin enige intentie daartoe heeft.
De rechtbank gaat ter zake niet meer citeren, doch verwijst hiervoor naar de inhoud van het boek “De Volkeren der Aarde door Gene Zijde bezien” (2001) in zijn geheel.
De boeken toegeschreven aan Rulof dienen tevens te worden gezien in de tijdsgeest waarin zij werden geschreven.
De rechtbank herhaalt dat zij voor de beoordeling van de tenlastelegging A slechts beschikte over drie boeken en moet verder vaststellen dat de tenlastelegging A.3 gesteund is op een boek dat volgens de verdediging geschreven werd in 1939, dus voor dat de genocide had plaatsgevonden.
De rechtbank stelt zich dan ook ernstige vragen over dergelijke “onzorgvuldigheid”, die ook terug te vinden is in de dagvaarding weergegeven citaten en ongecontroleerde algemeenheden.
Rekening houdende met het geschetste wettelijke kader en de elementen van de tenlastelegging A die de rechtbank kon nagaan via de drie beschikbare boeken, waaruit inhoudelijk en intentioneel geen inbreuk op de Negationismewet kon worden vastgesteld of weerhouden, kunnen de verspreiders van deze geschriften (boeken) uiteraard niet worden veroordeeld op basis van de tenlastelegging A (inbreuk op de Negationismewet).
De vier beklaagden dienen dan ook voor de tenlastelegging A, in al haar onderdelen, te worden vrijgesproken.