Negationist avant la lettre

Als derde tenlastelegging voor de Negationismewet schrijft het OM:
A.3. het boek “Zielsziekten van gene zijde bezien” van Jozef Rulof;
De drie rechters schrijven hierover op pag. 16 van hun VONNIS:
De boeken toegeschreven aan Rulof dienen tevens te worden gezien in de tijdsgeest waarin zij werden geschreven.
De rechtbank herhaalt dat zij voor de beoordeling van de tenlastelegging A slechts beschikte over drie boeken en moet verder vaststellen dat de tenlastelegging A.3 gesteund is op een boek dat volgens de verdediging geschreven werd in 1939, dus voor dat de genocide had plaatsgevonden.
De rechtbank stelt zich dan ook ernstige vragen over dergelijke “onzorgvuldigheid”, die ook terug te vinden is in de dagvaarding weergegeven citaten en ongecontroleerde algemeenheden.
De uitgever schreef hierover in zijn besluiten:
Het boek ‘Zielsziekten van gene zijde bezien’ gaat over ‘zielsziekten’, ‘krankzinnigheid’, ‘psychopathie’, ‘bezetenheid’, ‘zwakte van geest’, ‘geestelijk zieken’ en andere ‘ongelukkigen van geest’.
Het woordgebruik van dit boek weerspiegelt het psychiatrische denken van de tijd waarin dit boek geschreven is, namelijk 1939.
Bij ‘zwakte van geest’ bijvoorbeeld stelt de schrijver van dit boek dat veel psychische problemen waar mensen mee te kampen hebben hun oorsprong vinden in verkeerde denkbeelden die het zenuwstelsel storen.
Zo zou de ‘eeuwige verdoemdheid’ – ook alweer een thema dat sterk aan deze vooroorlogse tijd doet denken – die door bepaalde religies gepredikt wordt of werd, zware sporen nalaten in het denken van miljoenen mensen, die zich hierdoor bezwaard voelen en geen levenskracht meer kunnen opbrengen om hun zogenaamd ‘zondig leven’ te verbeteren.
In heel het boek wordt er trouwens niets gezegd over het Joodse volk of ook maar iets wat met hun wedervaren te maken zou hebben!
Soortgelijke opmerkingen kunnen ook gemaakt worden over de tenlasteleggingen A.4. - A.7.
De tenlasteleggingen vermelden niet op welke pagina’s de bezwarende teksten in deze boeken te vinden zouden zijn.
De strafvordering bevat evenmin een beschrijving waar deze boeken over gaan, en belangrijker, waarom ze in strijd zouden zijn met de Negationismewet.
De betichtingen die in deze zaak naar voren werden gebracht kenden ook nauwelijks vergelijk in de westerse jurisprudentie.
Zoals gesteld is het allicht zelden gebeurd dat een uitgever van historische werken waarvan hij zelf de schrijver niet is voor de correctionele rechtbank gebracht is, laat staan veroordeeld op basis van enkele niet onderzochte citaatjes waarvan het onderzoek zelfs heeft aangetoond dat sommige bewust gelogen en geconstrueerd zijn om de schrijver en diens filosofie in een negatief daglicht te stellen.