Vraag tot bijkomend onderzoek
Vraag tot bijkomend onderzoek
Op 16 september 2004 kregen de verdachten een ‘Kennisgeving aan de persoon tegen wie een strafvordering werd ingesteld’, zie
.
De onderzoeksrechter had haar gerechtelijk onderzoek afgesloten, en de verdachten mochten het dossier inkijken.
Zo zatten in het dossier bijvoorbeeld de politieverhoren van de verdachte Ludo Vrebos:
, een tweede bestuurslid van de stichting:
, en de werknemer van de stichting:
Nadat het onderzoek werd afgesloten heeft het OM de doorverwijzing naar de correctionele rechtbank gevorderd op 11 augustus 2004 (zie
).
Wanneer we het dossier konden inkijken, stelden we vast dat het bewijs van de misdaad bestond uit een aantal losse vermeende citaten, vergezeld van een aantal algemene beschuldigingen door het CGKR.
Er was dus geen onderzoek gepleegd om het grotere verband te overzien waarin de losse citaten te begrijpen zijn op de wijze dat de schrijver ze bedoeld heeft.
Een dergelijk onderzoek vraagt heel veel werk, maar dat is volgens ons noodzakelijk om tot een juist begrip van de citaten te komen.
Daarom hebben we bij de start van het gerechtelijk onderzoek in een brief van onze raadsman d.d. 14 augustus 2003 aan de onderzoeksrechter laten weten:
‘Mijn cliënten bieden U hun volle medewerking aan en staan ter beschikking om U alle nuttige of nodige informatie te geven.’
Zie
De onderzoeksrechter heeft van dit aanbod geen gebruik gemaakt.
Omdat het omvattend onderzoek niet was uitgevoerd, vroegen we op 5 november 2004 aan de onderzoeksrechter om het gerechtelijk onderzoek uit te breiden, zie
We vroegen bijkomende onderzoeksdaden naar:
1. De context van de citaten: de strekking en de literaire vorm van een boek, de filosofie van Jozef Rulof in zijn geheel, de context van schrijver en tijdsgeest waarin de boeken tot stand kwamen, de vraag of het geheel van het werk of een boek afzonderlijk in zijn geheel genomen aanzet tot haat en geweld of de genocide van de nazi’s minimaliseert;
2. Een controle of alle opgevoerde citaten ook daadwerkelijk in de boeken voorkomen, op welke plaats in welk boek bijvoorbeeld het citaat ‘Wie Hitler beschimpt, belastert Jezus’ staat;
3. Welk ‘bijzonder opzet’ toegeschreven kan worden aan de verdachten.
Als juridische basis van onze vraag naar deze bijkomende onderzoeksdaden verwezen we naar rechtspraak van het Europees Hof en het Arbitragehof, die hierna beschreven wordt.