Nawoord

Geachte Lezer,
Alcar wilde, dat ik mij bekendmaakte.
Ik vertelde u van André, hetgeen echter mijn eigen leven is.
Toen ik mijn belevenissen ging vertellen, kon ik plotseling niet verder en werd door het woord „ik” telkens gestoord.
Alcar deelde ook het eerste deel in en alles is, zoals u het hebt gelezen.
Velen hebben mij herkend, omdat ik in Den Haag leef en werk.
De ouders van Doortje, Wim, Louis en Annie en ook zij, leven nog.
De originele tekeningen hangen bij ons thuis en wie er belang in stelt kan ze zien, zo ook al mijn andere mediamiek verkregen stukken.
Alles wat u hebt gelezen, heb ik door mijn leider Alcar mogen beleven.
Ik zet mij aan de arbeid, omdat ook het derde deel reeds vastligt.
Wij zijn overtuigd van een eeuwig voortleven en hopen, dat het u zal steunen, zoals het ons en vele anderen gesteund heeft, in ons moeilijk aards leven.
En hoe moeilijk het ook is, ik zou mijn gave voor geen aards goud willen missen.
Jozef Rulof
Den Haag, December 1935
 
(Einde Deel 2)