Jezus Christus

De Universiteit van Christus onthult het Albewustzijn van Christus waarover in de Bijbel niets geschreven is.

Christus in het Al

Op aarde kent men vooral de Bijbelse Christus die in het Nieuwe Testament is beschreven.
De artikelen ‘Bijbelschrijvers’ en ‘apostelen’ lichten toe dat de Bijbel geschreven werd door mensen die onderhevig waren aan hun eigen tijdsgeest.
Het artikel ‘kerkelijke vertelsels’ ontleedt het beeld van de zwakke Christus dat zo ontstaan is.
Het artikel ‘Universiteit van Christus’ verklaart hoe Jozef Rulof en zijn meesters Christus heel anders hebben leren kennen.
Het artikel ‘onze kosmische ziel’ geeft een overzicht van de artikelen over de kosmische weg van de Albron naar het Al, die Christus heeft afgelegd voordat hij de Messias werd.

Een smalle weg

Toen Christus vanuit het Al op aarde reïncarneerde, wist Hij wat hem te wachten stond.
Mozes en de profeten hadden een smalle weg voor hem gebaand door de mensheid het geloof in één almachtige God te geven en de komst van de Messias te voorspellen.
Daar kon Hij op voortbouwen, zodat Hij voor de wereld niet zomaar uit het niets kwam.
Maar Hij wist dat Hij bitter weinig van zijn Albewustzijn zou kunnen doorgeven, omdat de mensheid nog ingesteld stond op geweld en macht.
Hijzelf leefde in de hoogste graad van liefde, maar op aarde beleefde de massa slechts eigenliefde.

Maria en Jozef

Maria en Jozef waren hierop een uitzondering, zij voelden reeds universele liefde.
Dat was niet toevallig, zij waren voor hun taak wedergeboren.
Zij reïncarneerden vanuit de eerste lichtsfeer van het hiernamaals om in hun harmonieus samenzijn de Albewuste te ontvangen.
De artikelen ‘ons hiernamaals’ en ‘onze reïncarnaties’ geven een overzicht van de artikelen die de werelden van de menselijke ziel beschrijven.
Toen Christus zich instelde op deze twee mensen, werd Jozef geïnspireerd om zich aan Maria te geven.
Man en vrouw kwamen tot lichamelijk éénzijn, zodat de ziel van Christus zich kon verbinden met een zaadcel en een eicel, zoals elke wedergeboorte op aarde begint.
Christus wist dat het moederschap en het vaderschap de basiskrachten van al het leven vertolkten, en Hij volgde hierin deze universele levensmogelijkheid.
In haar zwangerschap voelde Maria dat zij een heel bijzonder kind droeg.
De meesters brachten haar in een toestand van helderhorendheid en helderziendheid om haar zo in woord en beeld te kunnen verduidelijken welke weg haar kind zou gaan.
Deze meesters werden door de mensheid engelen genoemd.

Christus en Jezus

Voordat Christus als Albewuste op aarde kon spreken moest Hij eerst een nieuwe aardse persoonlijkheid opbouwen die aan de taal en de gebruiken van die tijd was aangepast.
Die persoonlijkheid werd op aarde Jezus genoemd.
Jezus kon als kind spelen zoals elk kind, maar soms trok Hij zich terug om te mediteren.
Dan was Christus bezig om zijn Albewustzijn stap voor stap in zijn aardse persoonlijkheid geboren te laten worden.
Dat moest heel geleidelijk gebeuren, naarmate het zenuwstelsel zijn Albewuste bezieling kon opvangen en verwerken.
Soms vond Maria haar kind terug tussen de bloemen en de vogels, waarmee Hij zich dan in gevoel had verbonden.
Maria voelde deze zoon veel inniger dan haar andere kinderen, want door de gevoelsverbinding communiceerde Hij met haar en al het leven.
Eerst nam Hij de natuur als leermeester, om de natuurwetten te bevoelen en deze gevoelens in dit nieuwe aardse lichaam ook tot stoffelijke gedachten te brengen.
Daarna richtte Hij zijn aandacht op de mens, en volgde de levensloop van embryo tot ouderdom.
Hij peilde alle gevoelsgraden van zijn medemensen, en begreep tot waar hun denken was gekomen.
Op twaalfjarige leeftijd ging Hij de tempel binnen en praatte Hij met de schriftgeleerden.
Hij verblufte hen met zijn kennis, die al volledig op God en zijn schepping stond ingesteld.
Hij sprak uit zijn gevoel, dat Hij zich in zijn miljoenen levens had eigen gemaakt en dat Alvermogend was geworden.
Hij plaatste het aardse gelovige gezag voor ziel en ruimte, maar werd niet aanvaard.
Zo gaf Hij aan wat juist was in de Bijbel, maar ook wat verkeerd beschreven was door de Bijbelschrijvers.
De schriftgeleerden hielden zich vast aan hun geleerdheid en wezen zijn Albewustzijn af.
De wereld was begonnen om zich tegen hem te keren.
Hij liet de schriftgeleerden in hun geloof en verbond zich verder met het leven in de ruimte.
Zo beleefde Hij de maan en de zon, de planeten en sterren, en drong door tot hun kosmische diepte.
Op die wijze bereidde Hij zich ernstig voor op zijn taak, en ging hierin geen stap verder dan Hij op dat ogenblik kon verwerken.
Dag na dag liet Hij zijn Albewustzijn in zijn aardse persoonlijkheid ontwaken, in harmonie met de groei en de kracht van zijn stoffelijke lichaam.
In gedachten volgde Hij de reis die zijn kosmische ziel had afgelegd.
Hij ging zijn levens na op de eerste planeet in de ruimte.
Hij volgde zijn ziel die lichaam na lichaam opbouwde om te komen tot de menselijke gestalte op Moeder Aarde.
Toen Hij het moment bekeek dat Hij als eerste ziel in het hiernamaals aankwam, zag Hij zich weer afvragen waar het zonlicht gebleven was.
Hij zag zich ‘schepper van licht’ worden en zijn kosmische evolutie vervolgen tot in de zevende kosmische levensgraad, het Al.
Zo kwam Hij tot aan het moment dat Hij de Universiteit van Christus oprichtte om de mensheid naar de universele liefde te leiden.
Vervolgens zag hij zich reïncarneren bij Maria en Jozef om op aarde te tonen wat de hogere liefde daadwerkelijk betekent.

Een blijvend houvast

Toen zijn lichaam volwassen was en Hij elke cel van dat lichaam in zijn gevoel had opgenomen, voelde Hij zich klaar om in de openbaarheid te treden.
Nu kon geen lichamelijk weefsel hem meer storen en afleiden, Hij was heer en meester over zijn aardse lichaam én zijn aardse persoonlijkheid.
Hij trok zijn apostelen aan en gaf zijn eerste lezing aan het volk.
De waarheid die Hij voelde werd nu vertolkt, woord voor woord kreeg een universele betekenis, niet alleen voor die tijd maar ook voor de komende eeuwen.
Hij wilde de mens van alle tijden een blijvend houvast geven om het lagere ik en de disharmonie in zichzelf te overwinnen.

Zijn Blijde Boodschap

Christus wist dat Hij niet veel kon zeggen voordat men hem het spreken zou beletten.
Bovendien stemde Hij zich af op het begripsvermogen in die tijd.
Daarom vatte Hij zijn boodschap samen met enkele woorden: heb elkander lief, heb lief alles wat leeft, heb de ander lief zoals uzelf.
Het gaat om een hogere liefde dan de eigenliefde die men doorgaans in de wereld beleeft.
Het artikel ‘graden van liefde’ gaat hier dieper op in en verklaart wat Christus in zijn tijd nog niet kon uitleggen.
Hij gaf wel aanwijzingen hoe die hogere universele liefde begrepen kon worden, zoals bijvoorbeeld: ‘Indien ge al de talen van de wereld bezit en ge hebt geen liefde, dan hebt ge niets en ge zijt niets.’
Het gaat niet om kennis of om een gebed, maar wel om een daadwerkelijke liefde die helpt en geeft.
De universele liefde is meer dan een gevoel dat uitgaat naar één mens.
Ze heeft vele aspecten in zich, zoals hartelijkheid, welwillendheid, begrip, aanvaarding en dienstbaarheid.

De eerste steen

Liefhebben is tegengesteld aan iemand veroordelen of iets kwalijk nemen.
Toen men een vrouw wilde stenigen, schreef Christus in het zand: ‘Wie vrij van zonden is, gooie de eerste steen.’
Toen Petrus bij Christus kwam om zich te beklagen dat ze hem hadden uitgejouwd, vroeg Christus hem of hij daar aanleiding toe gegeven had.
Petrus moest toegeven dat hij eerst had gezegd dat ze zich niet met hem moesten bemoeien.
Christus vroeg steeds wie als eerste begonnen was met bedrog, roddel of afbraak.
Hij kon in die tijd nog niet de fundamentele principes van ‘oorzaak en gevolg’ uitleggen.
Hij kon alleen zeggen: ‘Wat ge zaait zult ge oogsten.’
En wanneer Johannes en Petrus aan hem vroegen of ze het goed deden, vroeg Hij of ze dan niet voelden dat ze van de ander terugkregen wat ze zelf uitstraalden.
Een hartelijke liefde opent harten en laat de warmte terugstralen.
Toen Christus voor een mens stond die een misdaad had begaan, zei Hij: ‘U bent geen misdadiger’ en over Maria Magdalena zei Hij: ‘Zij is geen publieke vrouw. Zonden zijn er niet.’
En tegen haarzelf zei Hij: ‘Láát het en ge zijt genezen.’
Meer kon Hij in die tijd niet kwijt, zijn toehoorders waren nog niet toe aan een verklaring op zielsniveau.
Zij wisten nog niets af van hun kosmische ziel.
Zij konden nog niet bedenken dat er geen misdadigers of publieke vrouwen bestaan, omdat elke ziel onnoemelijk veel ruimer is dan die paar handelingen waar men dan iemand op beoordeelt.
Bovendien is het veel belangrijker om zich af te vragen waar wij als ziel naar op weg zijn en hoe we daar komen.
Daarom ging Christus in tegen het begrip ‘zonde’, omdat het de mens in gevoel vastpint op zijn verleden.
Als we van ons verleden leren wat niet harmonisch voelt en dat dan laten, dan komen we vooruit.
Het artikel ‘kerkelijke vertelsels’ gaat dieper in op wat het begrip ‘zonde’ met de mens in de loop der tijden gedaan heeft.
Christus richtte zich tot Maria Magdalena omdat zij door zijn hulp haar leven ten goede kon veranderen.
Hij wist dat men hem dat later zou verwijten.
Dat weerhield hem er echter niet van om zijn toehoorders op deze wijze duidelijk te maken dat ze geen enkele medemens mochten minachten.
Christus voelde zich verbonden met al het leven, en dan kan je niet meer zeggen: het gaat me niet aan, ik was mijn handen in onschuld.
Nee, Pilatus, dat is geen universele liefde.
Het gooien van de eerste steen begint niet met onze handelingen, maar met onze gedachten.
Christus zei: ‘Maar Ik zeg u allen, dat, zo wie éne vrouw aanziet, om dezelve te begeren, te bezitten, die heeft alreeds overspel gepleegd.’
Hij waarschuwde de mens voor de hartstocht die de universele liefde tegenhoudt.

Reïncarnatie

Het gooien van de eerste steen gaat veel verder terug dan het huidige leven.
Christus wist dat zijn toehoorders gereïncarneerd waren om hun karma uit hun vorige levens op te lossen.
Daarom zei Hij: ‘Gij zult geenszins uitkomen, daar niet, gij zult uw laatste penning moeten betalen voor uw leven.’
Elke ziel zal haar ‘laatste penning terug betalen’ voor elke disharmonie die aan een ander is aangedaan, voordat men de lichtsferen kan betreden.
Christus kende al zijn vorige levens, en zei: ‘Voordat gij was, was Ik er al.’
Zijn toehoorders zouden niet aanvaard hebben dat Hij erbij vertelde dat Hij al in het prehistorische tijdperk op aarde geleefd had, en zijn aardse levenscyclus al vele miljoenen jaren geleden had voltooid.
Zij konden zich geen begrip vormen van kosmische levensgraden.

Gethsemane en Golgotha

Toen de Messias voelde dat zijn kruisiging naderde, ging hij in meditatie.
Zo bereidde Hij zich voor op het geweld van de wereld dat op hem afstormde.
Hij wist dat Hij niet veel meer zou kunnen doen om de mens tot voorbeeld te zijn hoe men geweld kan opvangen zonder de eigen harmonie te verliezen.
Toen Hij zijn meditatie had afgerond, maakte Hij zijn apostelen bewust van hun mogelijke inzet met de woorden: ‘Kunt ge dan geen uur met me waken?’
Hij aanvaardde de kus van Judas, en liet zich gewillig meevoeren door de soldaten.
Hij zei niets tegen Pilatus, want het gezag van de toenmalige maatschappij kon hem toch niet begrijpen.
Toen Caiphas als het gelovige hoofd van het volk hem vroeg of hij de Messias was, zei Hij alleen: ‘Gij zegt het.’
De verstrekkendheid van al deze gebeurtenissen wordt toegelicht in de artikelen ‘Judas’, ‘Pilatus’, ‘Caiphas’, ‘Gethsemane en Golgotha’ en ‘apostelen’.
Toen Christus aan zijn kruis hing en zijn laatste ogenblikken in dit lichaam beleefde, voelde Hij zich niet verlaten want Hij was elke seconde één met God en de Albron.
Hij zei: ‘Dát leven ben Ik. Gij zijt uit God ontstaan. Ik lijd voor u.’
Deze woorden zijn door de toehoorders niet begrepen en later vervormd door het gelovige denken dat nog in zonden dacht, zoals toegelicht wordt in het artikel ‘kerkelijke vertelsels’.
Men begreep niet dat Christus bedoelde dat Hij het leed van alle mensen voelde, omdat Hij een kosmische verbondenheid met al het leven beleefde.
Hij leed om het gebrek aan bewustzijn waar de mensheid in leefde, dat Hij op dat moment niet hoger kon brengen omdat men hem bewust vermoordde.
Tot zijn laatste gedachten was Christus werkzaam om de mens op aarde naar het licht te stuwen.
De laatste woorden die Hij van gevoel tot gevoel heeft gesproken waren gericht tot een hulpbehoevende leerling waarmee Hij verbonden was, zijn geliefde apostel Judas.
Judas voelde hem op dat moment niet, omdat deze leerling in wanhoop was opgelost en zelfmoord wilde plegen.
Maar ooit zou Judas naar dit ogenblik kunnen terugkijken en dan ervaren dat zijn Meester wist dat er geen verraad in zijn gevoel had meegespeeld.

De opstanding

Christus stierf en men legde zijn lichaam in een graf.
Toen men een paar dagen later dat graf weer opende, bleek het lichaam verdwenen te zijn.
De meesters hebben later via Jozef Rulof verklaard hoe dit mogelijk was.
Het lichaam werd gedematerialiseerd en opgetrokken naar het geestelijke lichaam.
Toen Christus zich met dit geestelijke lichaam later aan de apostelen vertoonde, werd het voor hen duidelijk dat Hij uit de dood was opgestaan.
Dat deze opstanding niet stoffelijk was, is door de gelovige mens niet begrepen.
Het artikel ‘kerkelijke vertelsels’ licht toe dat men er een ‘laatste oordeel’ van gemaakt heeft, met een lichamelijke opstanding die gebruik zou maken van de beenderen die in het graf liggen.
De werkelijke opstanding behoort echter aan de ziel, voor wie het lichamelijke sterven slechts een overgang is naar de volgende fase in haar kosmische evolutie.
Onze ziel staat miljoenen malen weer op na het einde beleefd te hebben van het vorige leven.
Door miljoenen opstandingen evolueren we naar het Christusbewustzijn.

Onze eigen Christus

De Universiteit van Christus verklaart dat het niet zozeer gaat om Christus na te volgen, maar wel om onze eigen Christus te laten ontwaken.
In elke ziel zal het Christusbewustzijn wakker worden, wanneer de universele liefde het handelen gaat leiden.
Dankzij vele reïncarnaties zal elke ziel in de ruimte ooit tot deze geestelijke ontwaking komen.