Graden van liefde

De hogere graden van liefde maken we in onze ziel wakker door anderen daadwerkelijk te helpen en universele liefde te geven aan al het leven.

Christus bracht het evangelie van de liefde

Christus kende alle graden van liefde, maar Hij kon die in zijn leven als Jezus niet uitleggen omdat zijn toehoorders daar nog niet aan toe waren.
Dus vatte Hij zijn blijde boodschap samen tot de universele liefde.
In het evangelie werd enigszins verwoord hoe groot die liefde bedoeld is, want die omvat zelfs het liefhebben van de vijand.
De meesters van de Universiteit van Christus konden in de twintigste eeuw wel alle graden van liefde beschrijven in de boeken van Jozef Rulof, waardoor ze konden toelichten welke graad van liefde Christus precies bedoelde.
De graden van liefde vallen immers samen met de gevoelsgraden.
Het artikel ‘gevoelsgraden’ verklaart dat er op aarde vier opeenvolgende gevoelsgraden beleefd worden.
De universele liefde is dan de vierde gevoelsgraad.

De universele liefde

De universele liefde is niet beperkt tot één mens.
Zij gaat uit naar alle mensen ongeacht hun persoonlijkheid of hun lichaam.
Het helpen van de medemens staat hierbij centraal.
Daarom wordt ze ook de dienende liefde genoemd, gericht op het dienen van de evolutie van de ander.
Deze helpende liefde is afgestemd op de eerste drie lichtsferen in het hiernamaals.
Vanaf de vierde lichtsfeer spreekt men over de geestelijke of vijfde gevoelsgraad.
Die wordt alleen door de meesters in het hiernamaals bereikt, omdat die graad volledig onthecht is van de aardse stoffelijke materie.
De meesters zijn hierdoor ook meesterlijk in het helpen, zij voelen precies aan wat een ander nodig heeft om zich verder te ontwikkelen.
Ze overzien ook wanneer het beter is om een ander niet te helpen, omdat die ander dan juist alles van zichzelf moet inzetten om vooruit te komen.
Zij kunnen vooruit zien of hun hulp een blijvend resultaat heeft, en dan zetten zij zich daar volledig voor in.

De natuurlijke liefde

Voordat de universele liefde binnen bereik komt, doorloopt elke ziel de eerste drie gevoelsgraden.
De meesters hebben dit proces in de kosmische evolutie van de ziel gevolgd.
Ze kennen de stappen en hindernissen op die weg.
Het artikel ‘onze kosmische ziel’ geeft een overzicht van alle artikelen die deze ontwikkelingsweg schetsen.
Hierdoor leren we de wortels van onze liefde kennen.
Wanneer is het gevoel ‘liefde’ ontstaan?
De meesters gingen terug naar de oertijd en zagen wat voor een soort liefde de oermensen hadden gekend.
Die mensen kwamen in hun leven tweemaal tot de handeling die men later ‘geslachtsgemeenschap’ is gaan noemen.
De stuwing om tot deze handeling te komen ging niet van henzelf uit, maar van een andere ziel die op dat moment wilde reïncarneren.
Die stuwing van de reïncarnerende ziel verbond zich met deze oermensen waarna zij tot het lichamelijke éénzijn overgingen.
Buiten dit tijdstip hadden deze oermensen geen gevoelens om zich lichamelijk met elkaar te verbinden.
Zij leefden als tweelingzielen wel in harmonie met elkaar en ze hadden geen verlangen om zich met iemand anders te verbinden.
Leven na leven reïncarneerden ze omstreeks dezelfde tijd zodat ze hun aardse levenstijd samen konden beleven.
In elk leven kregen ze twee kinderen.
In het artikel ‘moederschap en vaderschap’ wordt toegelicht dat ze hierdoor hun eigen reïncarnatie verzekerden, zodat ze steeds verder konden evolueren.
Door het krijgen van kinderen ontwikkelde zich ook een gevoel dat veel later tot moederliefde zou uitgroeien.
De kinderen werden gezoogd en bij een dreiging werden ze door de moeder met alle kracht verdedigd.
Als ze op eigen kracht verder konden, keek de moeder niet meer naar ze om, en later wist ze niet eens meer dat het haar kinderen waren.
Het bewustzijn van deze oermensen ging immers niet verder dan hun lichamelijke ervaringen.
Zij kenden vooral honger en dorst en alles wat nodig was om aan eten en drinken te komen.
Hun gevoelsgraad wordt in de boeken voordierlijk genoemd, ze hadden minder bewustzijn dan de huidige huisdieren hond en kat.

Het willen liefhebben

Hoe meer levens ze beleefden, des te meer gevoel ze kregen hoe ze aan eten en drinken konden komen.
Dit vormde een begin van een persoonlijkheid, een instinctief aanvoelen waar het eten zich meestal bevindt.
Ze kenden ook al het gevoel van angst dat er geen eten te vinden is.
Ook het beleven van de geslachtsorganen gaf hun lichamelijke gevoelens.
Dit waren positieve gevoelens, want dit harmonieuze gebeuren was een uiting van de diepste basiskrachten van hun ziel.
Het artikel ‘onze basiskrachten’ licht toe dat de vrouwelijke en mannelijke krachten de essentie van onze ziel vertolken, wat in de boeken ‘moederschap en vaderschap’, ‘baring en schepping’ of ‘uitdijing en verdichting’ genoemd wordt.
Door de geslachtsgemeenschap kwam de ziel tot uitdijing en verdichting, en kon evolueren dankzij reïncarnatie.
Leven na leven werden die gevoelens bewuster.
De persoonlijkheid begon zich die gevoelens te herinneren en te onderscheiden van andere gevoelens die als minder aangenaam ervaren werden.
De mens kreeg meer bewustzijn en wilde die aangename gevoelens vaker ervaren dan tweemaal in een mensenleven.
De stuwing die hij kreeg van de reïncarnerende ziel om tot baren en scheppen te komen, was niet voldoende meer.
De mens wilde nu zelf liefhebben.
Tot dan had de geslachtsgemeenschap ten dienste gestaan van de voortplanting.
Nu echter kreeg de mens de seksuele handelingen en de verschijnselen lief, los van de functie ervan.
Op dat moment werd de hartstocht geboren, de wil van de mens om seksuele gevoelens te beleven.
Toen verliet de mens de natuurlijke liefde die door de natuur en het leven wordt aangereikt.
De wil tot geslachtsgemeenschap kwam nu niet meer vanuit een ziel die geboren wilde worden, maar vanuit de mens op aarde als persoonlijkheid.
De organen werden gebruikt voor genot en niet alleen meer voor de voortplanting.
De mens kwam tot het begeren van zijn eigen gevoelens, hij betrad de eigenliefde.

Disharmonie

Nadat de mens de kracht van zijn lichaam had leren gebruiken om zijn eten te bemachtigen ten koste van andere mensen, ontstond de strijd onder elkaar.
De persoonlijkheid groeide en bereikte de dierlijke gevoelsgraad.
Deze tweede gevoelsgraad wordt gekenmerkt door het recht van de sterkste.
Ook de eigenliefde werd nu beleefd naar de kracht van het lichaam.
De sterkste legde zijn wil op aan de zwakkere om de eigen gevoelens van genot te ervaren.
En zo is de verkrachting ontstaan.
De mens wilde meer beleven dan alleen zijn eigen tweelingziel en richtte zijn seksueel genot ook op anderen.
Deze hartstocht bracht de ziel in disharmonie.
Andere mensen werden overheerst en geweld aangedaan.
Hierdoor werd er gemoord en het aardse leven kwam te vroeg ten einde.
De persoonlijkheid bouwde karma op, die door de ziel in volgende levens gecorrigeerd moest worden.
De ziel werd door dit karma losgeslagen uit het harmonische samenzijn met haar tweelingziel.
Deze harmonie werd verder verstoord omdat de persoonlijkheid zich uit wellust met vele andere zielen verbond.

Het land van hartstocht

Niet alleen op aarde beleefde de mens zijn hartstocht, ook in het hiernamaals was de persoonlijkheid tot de dierlijke gevoelsgraad gekomen.
Daar nam de hartstocht nog grotere vormen aan, omdat die niet geremd werd door een beperkte levenstijd of een stoffelijk lichaam.
Door zijn hartstocht schiep de mens in het hiernamaals een duistere sfeer van hartstocht en geweld.
In dit ‘land van hartstocht’ leefden de mensen zich volkomen op elkaar uit.
Ze gingen ook naar de aarde, en beleefden daar de hartstocht van de aardse mens mee door zich in gevoel met deze mens te verbinden.
Ze spoorden de aardse mens aan om meer hartstocht te beleven, en zo ontstond de beïnvloeding en bezetenheid voor hartstocht.
Het artikel ‘schepper van licht’ beschrijft de eerste bezetenheid op aarde en het artikel ‘krankzinnigheid’ geeft aan hoe dit in de huidige tijd plaatsvindt.
In het astrale land van hartstocht is de onnatuurlijkheid van de hartstochtelijke liefde zichtbaar, omdat het geestelijke lichaam naar het gevoelsleven gevormd wordt.
Wie daar hartstochtelijk naar de ander kijkt, is te herkennen aan zijn uitpuilende ogen die door de ruimte vliegen.
En het blijft daar niet bij kijken, het lichaam verliest haar natuurlijke vorm.
Die hele wereld is mismaakt, een natuurlijk leven zoals een boom kan daar niet groeien.

Een warm gevoel

En toch was het juist in dit land van hartstocht dat er ooit een hogere graad van liefde geboren werd.
Toen vele bewoners van deze duistere sfeer naar de aarde terugkeerden om door de aardse mens de lichamelijke hartstocht te beleven, raakten de prooien schaarser.
Er werd nu gevochten om een stoffelijk wezen dat voor de astrale persoonlijkheid het genieten mogelijk maakte.
Om de aardse mens niet kwijt te raken, ging de astrale persoonlijkheid hem beschermen.
Er kwam bezorgdheid en later zorgzaamheid in de astrale mens, en hierdoor voelde hij een warmte die anders is dan het aardse lichaam kan geven.
Deze innerlijke warmte maakte hem licht en blij.
Hij dacht hierover na en volgde de nieuwe gevoelens in hem.
Omdat hij de warmte in hem sterker wilde voelen, verhoogde hij zijn bescherming en zijn zorg voor de aardse mens.
Hij begon te dienen!
En langzaamaan kwam er liefde in hem voor de mens, die hij bewaakte en beschermde.
Dat liefdegevoel kreeg na vele tijdperken van versterking een hogere graad te beleven, waardoor de astrale persoonlijkheid overging naar de derde gevoelsgraad, die ook ‘grofstoffelijk’ genoemd wordt.
Zo ontstond het schemerland, een geestelijke wereld waarin het schemerachtig licht de ontwakende liefde van de bewoners weerspiegelt.

Het uitstralende licht van de liefde

De bewoners van het schemerland gingen eeuwen door met het dienen van de mens op aarde, en zo bouwden zij aan de sferen van licht.
Elk gevoel van zorg, bescherming en dienende liefde dat zij in praktijk brachten, kreeg een lichtende uitstraling, waardoor de lichtsferen tot stand kwamen.
De ziel werd nu schepper van licht.
Door deze verschijnselen leerde de astrale mens de werking van zijn ziel kennen.
Elke daad van zichzelf maar ook van de mens op aarde straalt het licht uit van de gevoelsgraad die eraan ten grondslag ligt.
Zijn handeling kan afgewogen worden aan het licht dat ervan uitstraalt en dat licht wordt in het hiernamaals waargenomen.
Hierdoor begreep de astrale mens dat de graad van liefde die door dit uitstralend licht zichtbaar werd, al in zijn ziel in potentie aanwezig moest geweest zijn.
Anders had die niet geactiveerd kunnen worden door de dienende handelingen.
Elke ziel heeft dat licht in zich, en zal het uitstralen zodra de persoonlijkheid tot het bewuste dienen is gekomen.
De meesters zagen dit verschijnsel ook in het ontstaan van het heelal.
Het artikel ‘onze basiskrachten’ beschrijft hoe de Alziel tot lichtende nevelen kwam toen zij de vierde graad in haar uitdijing bereikte.
Deze basiskrachten werken in de macrokosmos en de microkosmos, voor stof en geest, ze vormen zowel zonnen als lichtsferen.
De meesters zagen dat ze door het daadwerkelijk liefhebben van het andere leven steeds de opvolgende gevoelsgraad in zichzelf openbaarden.
Het uitstralende licht van hun liefdevolle handelingen werd door hun ziel opgezogen, waardoor de ziel bij haar volgende baring haar geschapen ruimte meer licht kon geven.
Elke handeling echter die voor de bereikte gevoelsgraad minderwaardig was, gaf aan de ziel geen uitdijing.
De ziel kon dan het bewustzijn van die daad niet toevoegen aan haar ontwikkeling waardoor er voor haar een korte stilstand ontstond, totdat die handeling gecorrigeerd was naar het niveau van de bereikte gevoelsgraad.

Overbodige hartstocht

De meesters volgden verder wat hartstocht voor de ziel betekent.
Geestelijk gezien kan de ziel niets met de ervaringen die door hartstocht worden opgewekt.
Het onnatuurlijke licht van het land van hartstocht geeft de ziel geen verhoging van haar graad van liefde.
Zij kan het bewustzijn van de hartstochtelijke handelingen niet aanvaarden omdat dit niet in harmonie is met het moederschap en het vaderschap die haar evolutie geven.
Voor de ziel is het dan wachten totdat haar persoonlijkheid uitgeleefd is in de hartstocht en open gaat staan voor hogere gevoelens.
De geestelijke ontwikkeling van de ziel kan door de hartstocht echter ook in een tijdelijke impasse raken, omdat haar persoonlijkheid aan hartstocht verslaafd kan worden.
Op aarde heeft de ziel geen baat bij de hartstochtelijke handelingen van haar persoonlijkheid, want die geven geen nieuw lichaam om nieuwe ervaringen op te doen of om karma te herstellen.
Bovendien kan de hartstocht op aarde het openstaan voor het krijgen van kinderen onderdrukken.
De mens wil dan geslachtsgemeenschap beleven, maar zonder de gevolgen van de ‘kinderlast’, omdat die de eigenliefde bezwaren.

De uitdijende liefde

De universele liefde heeft het lichamelijke beleven volkomen overwonnen.
Tegelijk vertegenwoordigt die hogere graad van liefde precies dezelfde levenswetten als het lichaam, namelijk uitdijing en verdichting.
Het menselijke organisme komt immers in de moederschoot tot groei door dezelfde basisprincipes.
Wat het lichaam in haar stoffelijke groei en werking al heeft, kan de persoonlijkheid zich geestelijk ook eigen maken.
Dan beleeft de mens niet alleen de lichamelijke mogelijkheid om tot éénzijn te komen en hierdoor kinderen te scheppen, maar gaat hij die werking ook innerlijk beleven.
Want elke karaktertrek is in wezen ook een uitdijing van het barende en scheppende gevoelsleven.
Elke gram gevoel die we voor het dienen van onze medemens inzetten, verhoogt het uitdijende gevoel van onze universele liefde.
Als we liefde willen ervaren, kunnen we dat door zelf liefde te worden.
De meesters hebben ervaren dat ze zich een hogere graad van liefde eigen maakten door liefde te geven en het te zijn, niet door het te krijgen.
Daarom raadde Christus ons aan om elkander lief te hebben.
Zoals onszelf, zei hij erbij, want hij wist dat de meeste mensen al wel de nodige eigenliefde kenden, en door die vergelijking konden bedenken hoe universele liefde er dan zou uitzien.
Christus kende zijn Albron en wist dat hij die tot goddelijk licht had laten uitstralen door al het leven lief te hebben.
Wanneer we een ander mens echter niet willen begrijpen, dan slaan we die Albron in onszelf terug tot duisternis.
We zijn pas afgestemd op de eerste lichtsfeer als al onze karaktereigenschappen vreugde, beminnelijkheid en openheid vertolken.
De meesters hebben ervaren dat ze door het leven in alle aspecten te aanvaarden en in zichzelf op te nemen, een gevoelsverbinding met dat leven ontwikkelden zodat ze dat leven leerden kennen en konden dienen.
Zo kwamen ze tot het universele éénzijn met al het leven.

De zevende graad van liefde

Hoewel we kunnen spreken van een lagere en hogere graad van liefde, is de ene graad niet minder belangrijk dan de andere.
Alle treden van de trap zijn nodig om boven te komen.
En pas boven op de berg genieten we van het prachtige uitzicht.
Alleen de hoogste graad van liefde laat de uiteindelijke realiteit zien waar al de vorige graden voor dienen.
Een vorige graad is dus geen doel op zichzelf.
Al is de mens blij wanneer hij het geluk en de warmte van de eerste lichtsferen voelt, dan nog wachten de hogere lichtsferen en hogere kosmische levensgraden om geopenbaard te worden in de uitdijende ziel.
De graden van liefde zijn echter niet alleen de treden van de trapladder, ze blijven ook allemaal een onderdeel van het eindstadium dat zou instorten wanneer er één trede zou oplossen.
De meesters zien deze natuurwet ook terug in ons lichaam.
Tijdens de zwangerschap in de eerste maanden van onze lichamelijke groei wordt orgaan na orgaan gevormd, en daarna heeft ons volgroeide lichaam alle vitale organen nodig voor een krachtige werking.
Wanneer bijvoorbeeld onze nieren of longen zouden oplossen, zouden de andere organen niet de mogelijkheid hebben om dit op te vangen.
Het geheel bestaat bij de gratie van de samenwerking van al haar delen.
Dit geldt ook voor de gevoelsgraden.
We kunnen alleen dan de universele liefde beleven indien we al de vorige gevoelsgraden in onszelf op volle kracht uitgebouwd hebben om de hogere gevoelsgraad ten volle te dragen.
We kunnen deze werking vergelijken met alle verdiepingen van een flatgebouw die de hoogste verdieping in de hoogte houden.
De meesters hebben de vijfde graad van de liefde bereikt, en bieden ons door de boeken van Jozef Rulof een inkijk op hun verdieping.
Zij voelen niet alleen een universele liefde voor al het leven, zij hebben ook een gevoelsverbinding met de ziel van een levensvorm.
Hierdoor weten zij welke graad van evolutie die levensvorm op dat moment belichaamt en hoe de ziel daar gekomen is.
De Universiteit van Christus leert dat er ook nog een zesde ruimtelijke gevoelsgraad is waarin men een gevoelseenheid met alle levensvormen in de ruimte beleeft.
En daarna komt de zevende kosmische of goddelijke gevoelsgraad.
Christus heeft die hoogste graad bereikt en voelt een eenheid met al het leven in de kosmos tot in haar diepste Albronkern.
En het goede nieuws dat de Universiteit van Christus ons brengt is: wij allen zijn niet alleen op weg naar die zevende graad van liefde, maar het is een volslagen zekerheid dat we die allemaal ook zullen bereiken, omdat de Albron in ons door baring en schepping ons laat evolueren totdat we al de liefde die in onze ziel aanwezig is, ook lichtend uitstralen.