Psychopathie - artikel

De rol van vorige levens in het ontstaan van de verstandelijke beperking die bij mensen met een meervoudige handicap kan optreden.

Toenmalige terminologie

In de eerste helft van de vorige eeuw werd in de diagnostiek van psychiatrische ziektebeelden gebruikgemaakt van de tweedeling psychopathie en psychose.
Onder de verzamelnaam psychopathie vielen alle ziekten met een psychisch disfunctioneren, behalve het ziektebeeld dat men psychose noemde.
De categorie psychopathie was heel breed.
Zo bijvoorbeeld werd een vrouw psychopathisch genoemd die door de smart om de dood van haar zoon in de oorlog haar normale denken was kwijtgeraakt en tegen het jasje van haar zoon praatte alsof het hemzelf betrof.
Daarnaast werden er ook ziektebeelden met lichamelijke kenmerken toe gerekend, zoals bijvoorbeeld het syndroom van Down dat in die tijd ‘mongolisme’ genoemd werd.
Toen Jozef Rulof op de contactavonden die gehouden werden van 1949 tot 1952 vragen over zogenoemde ‘mongooltjes’ kreeg, verwees hij naar de term psychopathie zonder verder iets over het syndroom van Down te zeggen.
Ook nergens anders in zijn boeken is er over dit syndroom een specifieke uitleg opgenomen.
Dit wijst op het algemene gebruik van de term psychopathie in die tijd.

Psychopaten

Na Jozefs tijd heeft de psychiatrische diagnostiek het begrip psychopathie grotendeels verlaten en is men een onderscheid gaan maken tussen diverse andere diagnostische categorieën, zoals persoonlijkheidsstoornissen en zwakzinnigheid.
Door een grotere aandacht voor de sociale impact is men gekomen tot het begrip ‘antisociale persoonlijkheidsstoornis’.
In de media en de volksmond spreekt men dan over psychopaten.
Hierdoor hebben tegenwoordig de woorden ‘psychopaten’, ‘psychopathie’ en ‘psychopathisch’ een zware emotionele beladenheid.
Ze worden bijvoorbeeld gebruikt voor de beschrijving van een seriemoordenaar die gevoelloos zijn slachtoffers mishandelt en vermoordt.
In de boeken van Jozef Rulof daarentegen verwijzen deze woorden meestal naar mensen met een meervoudige handicap, namelijk mensen die naast een lichamelijke handicap ook een verstandelijke beperking hebben.
Al naargelang de score op een IQ-test maakt men nog een onderscheid tussen een lichte, matige, ernstige en diepe graad van verstandelijke beperking.

Oorzaken van meervoudige handicap

De meesters van de Universiteit van Christus belichten in de boeken van Jozef Rulof de oorzaken van de meervoudige handicap waarbij ernstige aangeboren lichamelijke afwijkingen gepaard gaan met een verstandelijke beperking.
De lichamelijke stoornissen kunnen door verschillende oorzaken tijdens de zwangerschap ontstaan, bijvoorbeeld door een val van de moeder.
Daarnaast hebben de meesters vastgesteld dat de aangeboren lichamelijke afwijkingen ook kunnen ontstaan door de invloed van het kind zelf.
Het gaat dan niet om het kinderlijke bewustzijn, maar om de invloed van de persoonlijkheid van de ziel die reïncarneert.
Het artikel ‘onze reïncarnaties’ geeft een overzicht van de artikelen die toelichten wat de meesters verstaan onder de reïncarnatie van een ziel en haar persoonlijkheid.
Kort samengevat beleeft onze ziel vele opeenvolgende levens op aarde, waarbij zij telkens een bevruchte eicel bezielt tot verdere groei.
Die groei kan echter al in de moederschoot gepaard gaan met lichamelijke afwijkingen door een stoornis in de stuwing van de ziel.
Die stoornis komt dan uit de persoonlijkheid van de ziel en is veroorzaakt door haar disharmonisch gedrag in vorige levens.

Van disharmonie naar harmonie

De meesters hebben dat gedrag in vorige levens gevolgd om te zien hoe de persoonlijkheid tot die disharmonie is gekomen.
Zij zagen dat de persoonlijkheid disharmonisch had gehandeld ten opzichte van andere mensen.
Het ging dan om zware disharmonische handelingen.
De meesters onderzochten wat dit teweegbracht in de ziel.
Zoals het artikel ‘harmonie’ toelicht, is de ziel van nature harmonisch.
Wanneer haar persoonlijkheid disharmonisch handelt omdat zij deze innerlijke harmonie nog niet voelt, brengt dit de ziel verder weg van haar harmonie.
De disharmonische handeling stoort de innerlijke rust van de ziel, het bewustzijn van die afbrekende daad past niet bij haar harmonie.
Dit brengt een stoornis in het gevoelsleven van de ziel, omdat zij hierdoor geen liefde beleeft naar het andere leven.
Wanneer de ziel dan wil reïncarneren, wordt zij door deze stoornis gehinderd.
Bij het incarneren verbindt de ziel zich met het samensmelten van een zaadcel en een eicel.
Deze samensmelting is in wezen een harmonische liefdevolle handeling.
Het artikel ‘onze eerste levens als cel’ licht toe dat de eerste samensmelting en celdeling al een uiting is van de gevende bezieling.
De cellen delen zichzelf om een kind voort te brengen.
Een ziel met de eerdergenoemde stoornis in het gevoelsleven zal een langere tijd nodig hebben om te kunnen reïncarneren, om zich te kunnen afstemmen op de harmonische gebeurtenis die we bevruchting hebben genoemd.
Het artikel ‘wereld van het onbewuste’ belicht de toestand waarin die ziel vele eeuwen nodig kan hebben om zich af te stemmen op een nieuwe incarnatie.
Andere zielen die in harmonie zijn gebleven en die stoornis niet hebben, zullen haar voorgaan en eerder kunnen reïncarneren.
Pas nadat de disharmonische stoornis ver genoeg weggezakt is in het gevoelsleven, zal de ziel opnieuw kunnen komen tot de aanraking met een eicel en een zaadcel.

Miskraam

De eerste maal dat er voor de ziel met de eerdergenoemde stoornis een bevruchte eicel beschikbaar komt, zal die ziel er niet in slagen om die eicel tot groei te stuwen.
De disharmonie in het gevoelsleven van de ziel geeft dan te veel druk op de tere cel, die hiertegen in dit ijle stadium niet bestand is.
Dit leidt tot afvloeiing van de vrucht.
Ook de tweede maal zal het embryo niet tot ontplooiing kunnen komen, want hiervoor zou de stuwende werking van de ziel zonder overdruk moeten gebeuren.
Maar door het beleven van de bevruchting en de korte groei van het embryo zal de ziel toch al vooruitgang boeken.
De natuurlijke groei van de cel heeft een harmoniserende invloed op het gevoelsleven van de ziel, dat hierdoor meer in rust kan komen.
Elke nieuwe poging zal meer harmonisering geven waardoor het kleine lichaampje telkens langer zal kunnen groeien voordat de druk te groot wordt en tot een miskraam leidt.

Vervorming van het lichaam

Na vele pogingen is de disharmonische druk vanuit het gevoelsleven van de ziel laag genoeg zodat de vrucht niet meer afgebroken wordt.
Maar de druk die nog aanwezig is, zal dan leiden tot een misvorming van het lichaam.
De weefsels kunnen zich in dit geval al opbouwen en het lichaampje kan zich al helemaal ontwikkelen, maar de druk veroorzaakt nog stoornissen in de vorming van de weefsels.
De ziel kan dan al tot de geboorte komen, maar de vervorming van de weefsels stoort de opbouw van de verstandelijke vermogens.
Op aarde zal men dan naast de lichamelijke afwijkingen een diepe graad van verstandelijke beperking vaststellen.
Deze meervoudige handicap is niet te genezen, omdat de weefsels onherroepelijk misvormd zijn.
Door de vervorming kan er geen normaal bewustzijn opgebouwd worden, in dit lichaam kan de ziel niet tot een normaal denken komen.

Herstel

Toch is het voor de ziel van het hoogste belang om dit leven te kunnen uitleven.
Door het beleven van de lichamelijke organen komt het gevoelsleven van de ziel tot verdere rust en harmonisering.
Het menselijke lichaam is dan wel vervormd, maar het heeft nog voldoende natuurlijke werking in zich om de ziel tot meer natuurlijkheid in voelen te brengen.
Indien de ziel dit leven kan uitleven, kan zij de volgende incarnatie met een rustiger gevoelsleven starten.
Zo bouwt zij aan het herstel van haar verstandelijke vermogens.
Elk leven zal zij hier verder mee komen.
Op aarde zal men dan spreken van een ernstige, matige en na vele levens ten slotte een lichte graad van verstandelijke beperking.
Daarom is het erg belangrijk dat ook mensen met een meervoudige handicap geboren kunnen worden.
En dat ouders met de samenleving als geheel ervoor kunnen zorgen dat deze medemensen hun volledige levenstijd in de beste condities kunnen beleven.
Uiteindelijk komt de ziel dan tot een incarnatie waarbij het lichaam geen enkele lichamelijke stoornis meer vertoont, en haar persoonlijkheid het normale maatschappelijke bewustzijn weer geniet.
Dan kan de ziel beginnen aan het herstellen van het karma dat door de disharmonische handelingen is teweeggebracht.
Wanneer dat karma achter de rug is, beëindigt de ziel haar aardse reïncarnatiecyclus, en gaat ze over naar het hiernamaals.

Eerste lichtsfeer

In het hiernamaals zal de ziel ervaren hoe het geestelijk lichaam er dan uitziet dat door haar gevoelsleven en persoonlijkheid gevormd is.
Als haar gevoelsleven nog steeds het andere leven wil vernietigen, zal haar geestelijke lichaam misvormd zijn, omdat deze gevoelens de astrale weefsels vervormen zoals zij destijds ook de lichamelijke weefsels tijdens het groeiproces vervormden.
Maar ook in het hiernamaals zal de ziel stuwend zijn om een hogere gevoelsgraad te bereiken die in overeenstemming is met haar harmonie.
Door die stuwing bereikt iedereen de eerste lichtsfeer, waarin het geestelijke lichaam harmonisch uitstralend is omdat we als persoonlijkheid daar de universele liefde hebben bereikt.
Dan behoort elke vorm van psychopathie en verstandelijke beperking definitief tot het verleden, omdat men nu weet hoe men in harmonie blijft met zichzelf en alle anderen.
Bovendien is het dan overduidelijk dat die aardse woorden geen ‘verklaring op zielsniveau’ geven, want voor de ziel bestaat er geen psychopathie of verstandelijke beperking.
De ziel beleeft alleen een evolutie, zij stuwt zichzelf tot de harmonie terug en zal zich uiteindelijk een hogere graad van liefde eigen maken, om dan samen met haar tweelingziel op weg te gaan naar de hogere kosmische levensgraden.