Uitgave Tussen Leven en Dood
februari 1940
Nog voor Adolf uw land binnenvalt, is Tussen Leven en Dood uit en dat boek vliegt weg.
Nu er narigheden komen, willen de mensen meer lezen.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Hieronder is de link om door het volledige boek te bladeren:
Jeus komt in het oude Egypte en daar ziet hij in één van zijn vele levens.
Het is daar, dat hij zijn broeder Alonzo ontmoet, die reeds op hem en zijn meester wacht.
Daar ziet Jeus zich als een meester en hij leert zijn vierde persoonlijkheid kennen.
Jeus, André en Jozef zijn aparte persoonlijkheden voor hem geworden, nu zal meester Dectar zich in hem openbaren.
Geestelijke Gaven, 1943
De innerlijke krachten die hij als Dectar in het oude Egypte heeft opgebouwd, zijn aanstonds nodig om zich staande te houden wanneer hij zich als André-Dectar het kosmische bewustzijn eigen gaat maken door het beleven van de kosmologie.
Meester Zelanus verklaart:
Ik zelf beleef met de meesters Alcar en Alonzo het ontwaken van het oude Egypte, in het leven van Jeus, André en Jozef.
Jozef kent men, Jeus nog niemand, maar wanneer u straks de boeken over zijn jeugd in handen heeft en daarna vanuit die boeken de geestelijke werken ter hand neemt en in u laat spreken, zegt u ons dan, of al die wijsheid uit hemzelf tevoorschijn is gekomen.
Jeus is Jeus gebleven en zal nimmer veranderen.
Wanneer hij té speels werd, tikte meester Alcar hem op zijn vingers.
Maar wij willen, dat hij blijven zal, zoals Moeder Crisje hem gedragen en gebaard heeft.
In het boek „Tussen Leven en Dood” leert ge, zei ik u, de wetten van het oude Egypte kennen.
Maar de wetten van het oude Egypte liggen in het leven van Jeus, André, Jozef en Dectar vast, zij moeten al die levens thans vertegenwoordigen en zij kunnen het, in niets zult ge hen breken.
Al die persoonlijkheden leggen hun hoofd onder het mes, zetten hun levens in voor deze wereld, maar leerden erdoor, kregen erdoor het kosmische bewustzijn.
Geestelijke Gaven, 1943
Onderstaand een boekbespreking van ‘Tussen Leven en Dood’ in de ‘Haagsche Courant’ van 7 april 1940:

