Jozef werd beschermd
1927
Toen Jozef en een passagier met de taxi dreigden te botsen met een grote vrachtwagen, hoorden beide inzittenden hard ‘stop’ roepen.
Dit gebeuren wordt in de biografie beschreven in het hoofstuk
Het is vroeg in de morgen, de man heeft zich iets verlaat en vraagt:
„Rijd wat u kunt, chauffeur, ik moet mijn trein hebben naar Berlijn.”
Jeus vliegt al.
Hij neemt de Sportlaan, vliegt langs het water tot aan de Laan van Meerdervoort, knettert dan verder, doch dicht bij de Tasmanstraat, genaderd met een vaart van tachtig kilometer, hoort hij hard roepen, ook de man achter hem hoorde het, zo stoffelijk was het:
„Stop, stop!!”
Hij remt met macht, staat juist vóór de Tasmanstraat stil, doch tegelijk vliegt er uit die straat ’n zwaar beladen melkwagen, zo’n grote vrachtwagen, vol beladen hem voorbij.
Indien hij niet had gestopt, had die chauffeur hem aan brokken gereden.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Onderstaand de sportlaan gezien vanaf de Daal en Bergselaan in 1937, rechts de Haagse Beek.
Bron foto: https://www.denhaag.wiki.
Onderstaand de Sportlaan omstreeks 1930 met R.K. kerk van het Allerheiligste Sacrament.

Onderstaand de Laan van Meerdervoort.
Bron: https://www.omroepwest.nl.
Onderstaand het kinderziekenhuis aan de kruising Laan van Meerdervoort en de Tasmanstraat.
Dan vliegt hij verder.
De man achterin vraagt:
„Hebt u dat „stop” ook gehoord, chauffeur?”
„Ik remde daarvoor, mijnheer, of wij waren er geweest.”
„Dat bedoel ik juist, chauffeur.
Maar dat was de geestelijke stem, weet u dat?”
„Ik weet het, mijnheer.”
„Ik moet weg, maar wij spreken elkaar nog.
U hebt mij het leven gered, chauffeur, u bent een begenadigd mens, weet u dat?”
De doctor-ingenieur komt terug van Berlijn.
Jeus moet bij hem op visite komen.
De man geeft hem een grote fooi, maar hij wil dat geld niet eens hebben.
„Wat doet u daar, chauffeur, u bent voor iets anders bestemd.”
Het is wel gek, denkt hij, dat zeggen hem zoveel mensen.
„Já, mijnheer, dat zal wel gebeuren, maar ik weet het nog niet.”
De doctor weet het, hij kan Jeus zeggen, „jij bent een geweldig helderhorend medium.
Het is een wonder, want wij waren aan stukken en brokken gereden door die vrachtwagen.
Jij wordt beschermd, chauffeur, en goed ook, je moet iets anders doen.”
Dat komt nog, mijnheer, maar daar kan Jeus zelf niets aan doen, daarvoor zorgt Casje.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952


