Uitgave Maskers en Mensen
1948
De trilogie Maskers en Mensen werd geschreven door Frederik van Eeden vanuit zijn geestelijk voortleven.
In Holland terug beginnen wij onmiddellijk met onze lezingen en het afmaken van de boeken, thans kan Van Eeden bovendien aan de „Maskers en Mensen” beginnen.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952

Door te tikken op de titels hieronder kunt u door de drie delen van het boek bladeren:



Onderstaand een door Jozef gesigneerde bladzijde:
Frederik van Eeden had al tijdens zijn aardse leven verbinding met de Universiteit van Christus:
Maar hij werkte, hij voelde, hij diende reeds voor de Universiteit van Christus.
Uw Frederik van Eeden had het gevoel, de wereld geluk te schenken door ‘De kleine Johannes’.
En als u ‘De kleine Johannes’ wilt vergelijken, gaat u dan maar eens door; wat hij daar dierlijk beschrijft, vindt u daar in het gekkenhuis terug.
Vraag en Antwoord Deel 5, 1950
U kent natuurlijk uw grote Frederik van Eeden.
Over hem ga ik u iets vertellen.
Toen hij de Aarde verliet, het geestelijke leven binnentrad, vingen wij hem op, omdat zijn leven en streven afstemming heeft op de „Universiteit van Christus”.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Frederik Willem van Eeden werd geboren op 3 april 1860 in Haarlem.
In 1878 gaat hij medicijnen studeren in Amsterdam.
Hij werd bekend door zijn boeken ‘De kleine Johannes’, ‘Van de Koele Meren des Doods’ en ‘Pauls ontwaken’.
Na zijn artsenexamen in 1886 gaat hij naar Parijs om de psychiatrie te bestuderen.
In 1887 vestigt hij zich in Bussum en samen met A.W. van Renterghem sticht hij een psychotherapeutische kliniek in Amsterdam.
Daarna sticht hij de idealistische ‘Waldengemeenschap’, die berust op gemeenschappelijk grondbezit.
Hij is op 16 juni 1932 overleden.
Bron: Wikipedia
Frederik van Eeden met zijn vrouw Martha van Vloten:

Toen Frederik na zijn dood zijn geestelijke ogen opensloeg, zag hij dat hij met zijn aardse boeken de geestelijke realiteit niet had vertolkt.
Zijn geluk was onnoembaar groot toen hij door het mediumschap van Jozef Rulof in staat werd gesteld zijn schrijverstalent te benutten voor het schrijven van de geestelijk-wetenschappelijke roman ‘Maskers en Mensen’.
In deze trilogie laat Frederik ons zien hoe we écht kunnen denken.
Hij leert ons een gedachte te onderzoeken en te kijken waar die gedachte vandaan komt.
Waarom we die gedachte wel of niet voor waarheid kunnen aannemen.
Frederik raadt ons aan al onze ‘zekere’ waarheden eerst overboord te gooien en dan te gaan kijken wat het leven zelf ons te zeggen heeft.
Hij formuleert zijn eigen aanpak als volgt:
Ik wil voorzichtig de bewijzen aandragen, steen voor steen mijn universiteit bouwen.
Ik leg de ene laag na de andere op het fundament, en je zult het zien, zo kom ik er!
Maskers en Mensen, 1948
