Uitgave Een Blik in het Hiernamaals 1
oktober 1933
In 1933 startte het schrijvend mediumschap van Jozef Rulof en rolde het eerste boek van de drukpers: ‘Een Blik in het Hiernamaals Deel 1’.
En dan beginnen wij aan het eerste boek: Een Blik in het Hiernamaals.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
De eerste titel kwam in twee uitvoeringen: één als paperback (afbeelding hieronder) en één met een harde kaft (tweede afbeelding hieronder).
Hieronder vindt u het voorwoord van de eerste druk en een een handgesigneerde foto van Jozef, die bij een aantal exemplaren was ingeplakt.
Hieronder is de link om door het complete boek te bladeren:
Als het werk gereed is, ziet Jeus op ’n middag een astrale persoonlijkheid bij zijn meester en hoort hij:
„Zie je deze mens, Jeus?”
„Ja, meester.”
„Welnu, Jeus, hij is mijn leerling aan deze zijde.
Toen hij nog op aarde leefde, was hij het hoofd van een grote drukkerij.
Die is er nog en daar gaat ons eerste boek heen om gedrukt te worden.
Je bent daar in goede handen en zult niet bedrogen worden.”
Hij zoekt in het telefoonboek en vindt het adres.
Hij belt op, men stuurt hem een vertegenwoordiger en die man neemt het manuscript mee.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Hieronder drukkerij Mouton en Co in de jaren dertig en veertig.
Dit was de drukkerij waarbij de boeken ‘in goede handen’ waren.




In ‘Het Vaderland’ van 11 oktober 1933 werd de onderstaande advertentie geplaatst:

Het benodigde geld voor deze eerste uitgave werd bijeengesprokkeld door Jozef en zijn vrouw Anna, de Wienerin:
Meester Alcar maakt het werk af en nu moet het naar een drukker.
Is er geld?
Heeft Jeus de centjes voor zijn eerste boek?
En waar zal het gedrukt worden?
Komt hij in goede handen terecht?
Dat zijn vragen die wij stellen en waarvoor meester Alcar te zorgen heeft.
Miljoenen worden er op aarde voor afbraak en vernietiging verknoeid.
Kan men een boodschap, gelijk deze, niet steunen?
Jazeker, maar waar leven die mensen?
Het bewustzijn van de massa is nog niet zover, is onbewust en angstig voor Goddelijke occulte waarheid.
Niemand zal hem helpen.
Maar de Wienerin en Jeus zijn zuinig, hun door bloed verdiende centjes, dubbeltjes en kwartjes moeten thans naar de drukker.
Ja, de Wienerin kijkt wel even sip en donker, want nu is er weer geen cent in huis en ook zij heeft van alles nodig, doch dit gaat vóór alles.
Dit zuur door bloed en tranen verdiende geld dient voor het eerste deel: Een Blik in het Hiernamaals, de boodschap van de meesters uit het leven na de dood, voor deze mensheid!
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
Maar een ander, een ingenieur, komt niet uitgepraat over het prachtige werk en schenkt Jeus alles, die man voelt waar het om gaat.
Jeus van Moeder Crisje Deel 3, 1952
’Het Vaderland’ van 12 oktober 1933 verwees naar ingenieur Gouka als auteur van de boekbespreking:

De boekbespreking werd geplaatst in het blad ‘Het Toekomstig Leven’:

Het Nieuwsblad van 17 oktober 1933:

Ook in de onderstaande bericht in ‘Het Vaderland’ van 5 november 1933 werd geput uit de recensie van Gouka:
De Haagsche Courant van zaterdag 11 november publiceerde de volgende boekbespreking:

Onderstaand de boekbespreking van ‘Een Blik in het Hiernamaals’ op 1 december 1933 door H. H. Theunisse in de achtste jaargang van ‘Spiritische Bladen’ nr. 23 (uitgegeven door Harmonia):






