Zon

zijn ruimtelijke vaderschap

De lichtuitstralende kracht van onze zon toont elke ziel hoe zij warmte kan geven aan al het leven waarmee zij zich verbindt.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.

Ruimtelijk vaderschap

Stel dat er geen zon was.
Dan was ons ‘zonnestelsel’ niet ontstaan.
Er zouden wel planeten kunnen bestaan, maar geen ‘Moeder Aarde’.
De planeten zouden geen moederschap kunnen beleven, omdat er zonder zonkracht geen mensen, dieren of planten kunnen leven.
Wanneer we spreken over Moeder Aarde, dan kan de zon als vader beschouwd worden.
Het leven op Moeder Aarde is immers tot evolutie gekomen dankzij de warmte en het licht van de zon.
Zoals de individuele ziel op aarde moeder kan worden dankzij de scheppende kracht van de man als vader, zo kan de aarde haar moederschap beleven dankzij de scheppende uitstraling van de zon.
Het ruimtelijke vaderschap van de zon wordt verwezenlijkt door zijn uitstralende licht.
Zoals de man door het geven van zijn zaadcellen een vrouw tot het moederschap kan brengen, zo geeft de zon door zijn lichtcellen aan de aarde het moederschap van alles wat op onze planeet geboren is.
Moeder Aarde en Vader Zon hebben de sterkte van die zonkracht bovendien op de juiste kracht geregeld door hun onderlinge afstand zo te bepalen dat het zonlicht ons voldoende verwarmt maar niet verbrandt.

De tweede basiskracht

Volgens de meesters is dit niet toevallig zo harmonisch tot stand gekomen.
Toen ze de oorsprong van onze ziel peilden, zagen ze dat de zon de ruimtelijke verpersoonlijking is van de tweede basiskracht van de Alziel, zoals die in het artikel ‘onze basiskrachten’ is beschreven.
Die tweede basiskracht kan verdichting, schepping of vaderschap genoemd worden.
Die kracht werkt samen met de eerste basiskracht die uitdijing, baring of moederschap genoemd kan worden.
Samen brengen ze het leven van de Alziel tot evolutie.
In het artikel ‘kosmische splitsing’ wordt beschreven hoe deze twee basiskrachten in de ruimte tot zelfstandigheid zijn gekomen door het inzuigen van verdichte geestelijke energie.
Het moederschap bouwde zich op als de eerste planeet en het vaderschap trok zich samen tot onze zon.
In het artikel ‘maan’ wordt de geboorte, de bloei en het sterven van de eerste planeet gevolgd, zodat het ruimtelijke lichaam dat we maan noemen, op zielsniveau een moederlijke betekenis kan krijgen.

Verdichting

De meesters hadden deze twee basiskrachten al vóór de kosmische splitsing waargenomen in de evolutie van de eerste nevelen in het heelal.
Toen de Alziel haar stuwend gevoel tot vorm bracht, gebeurde die vormgeving in twee fasen.
Eerst baarde zij de nevelen, die zich uitdijden en ruimte innamen.
Daarna verdichtte zij haar nevelen tot een dicht geestelijk lichaam.
Die verdichtende werking als tweede basiskracht gaat later ook van de zon uit.
De zon geeft aan de planeten de mogelijkheid ijle nevelen te verdichten tot cellen, zoals dit beschreven wordt in het artikel ‘onze eerste levens als cel’.
Door de voortdurende inwerking van de zonnewarmte kunnen deze cellen zich verdichten tot verstoffelijkte lichamen, waardoor de individuele zielen stoffelijke ervaringen kunnen beleven.
Door die ervaringen zal ook de menselijke persoonlijkheid van deze zielen zich veel later kunnen verdichten tot karaktereigenschappen.

Uitstralend licht

De meesters merkten dat hun geestelijke lichaam licht ging uitstralen, toen hun persoonlijkheid een bepaalde graad van bewustzijn en liefde had bereikt.
Door het gezamenlijke uitstralende licht kwamen de lichtsferen van het hiernamaals tot stand.
Hierdoor zagen de meesters dat wij als ziel dezelfde geestelijke lichtuitstralende basiskracht hebben als onze zon.
De zon heeft deze uitstraling bovendien verdicht tot zichtbaar zonlicht, waardoor ons leven verstoffelijkt kon worden.
De meesters zien de zon als een ruimtelijk voorbeeld voor elke individuele ziel.
Ooit zullen alle zielen met hun geestelijke licht al het leven om hen heen verwarmen, zoals de zon nu al voortdurend doet.
Ook de zon heeft deze uitstraling moeten opbouwen.
In het begin was zijn rood-gouden licht nog zwak.
Om te komen tot zijn huidige goudgele uitstraling heeft hij biljoenen tijdperken nodig gehad.
En zo is hij voor elke ziel een spiegel, dat we de geestelijke uitstraling van de hogere lichtsferen pas bereiken wanneer al onze gedachten lichtuitstralend worden.

Evolutie

De meesters vergelijken het proces waardoor de zon tot zijn lichtende uitstraling komt met de werking van een vulkaan.
Ze zien dat ook de aarde deze scheppende werking kent, omdat de aarde uit de Alziel is ontstaan en hierdoor de twee basiskrachten van de Alziel in zich heeft.
Ook de zon kent in zijn diepste kern het barende aspect, voordat hij die baring door zijn scheppende basiskracht tot licht brengt.
De meesters zien de twee basiskrachten in elke ziel terug, waardoor we vele malen vrouw én man worden.
Lichamelijk is telkens één van beide basiskrachten verstoffelijkt, maar ons innerlijke gevoelsleven is opgebouwd door de ervaringen van beide geslachten.
Door de twee basiskrachten ten volle te beleven groeien we naar een bewuste liefde die beide aspecten harmoniseert, en voelen we hoe juist de samenwerking van deze basiskrachten ons tot evolutie brengt.
Het moederschap en het vaderschap hebben we van onze Alziel ontvangen.
Door het moeder- en vaderschap bewust te beleven, gaat onze persoonlijkheid als onze eigen zon geestelijk uitstralen en al het leven verwarmen waarmee we ons verbinden.

Bronnen en verdieping