Vierde Kosmische Levensgraad

ons volgende universum

Na de zevende lichtsfeer in het hiernamaals reïncarneert de menselijke ziel op de eerste planeet van de vierde kosmische levensgraad.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.

De bewuste overgang naar de vierde graad

Het artikel ‘kosmische levensgraden’ licht toe dat de aarde voor onze ziel de laatste planeet is van de derde kosmische levensgraad.
Na de aarde gaat de ziel naar het hiernamaals om zich als persoonlijkheid klaar te maken voor de harmonie van de volgende kosmische graad.
In het hiernamaals laat zij al het aardse gevoel los en maakt zij zich een hogere liefde en bewustzijn eigen.
Hierdoor gaat zij haar innerlijke licht als geestelijk licht uitstralen en bouwt zij mee aan zeven opeenvolgende lichtsferen.
Zij komt weer in harmonie met haar tweelingziel en vanaf dat moment gaan de tweelingzielen hand in hand verder, samen zullen zij het hogere bewustzijn dragen en vertolken.
Wanneer de tweelingzielen de zevende lichtsfeer in zichzelf ten volle tot werking hebben gebracht, gaan zij over naar de mentale gebieden.
Die gebieden verschillen van de wereld van het onbewuste, omdat de zielen nu bewust blijven.
Als persoonlijkheid zijn ze nu voldoende geëvolueerd om bewust naar de volgende fase in hun kosmische evolutie te gaan.

Een ijler universum

De vierde kosmische levensgraad is een nieuw universum dat vanaf de aarde niet is waar te nemen.
Het is ijler dan ons universum waarin de eerste drie kosmische levensgraden liggen.
De menselijke ziel kan de vierde kosmische graad pas beleven wanneer zij die ijlheid als gevoelsgraad en bewustzijn bereikt heeft.
Voor de mens op aarde is het nieuwe universum even onzichtbaar als de lichtsferen.
Hoewel de vierde kosmische levensgraad weer stoffelijke planeten en zonnen bevat, is de verdichtingsgraad van die stoffelijke materie te ijl om te worden waargenomen door onze stoffelijke zintuigen of door aardse instrumenten.
Het universum van de vierde graad bevat zeven opeenvolgende planeten waarop de menselijke ziel haar kosmische evolutie voortzet.
Die planeten liggen niet meer verspreid in het universum zoals bij de tweede en de derde kosmische levensgraad.
In de vierde graad vormen de zeven planeten samen met de zeven zonnen die hen belichten één groot stelsel van kosmische harmonie.
Er is een centrale moederplaneet bij de centrale zon, en daaromheen liggen de zes overgangsplaneten om naar de moederplaneet te evolueren.

Stoffelijke levensgraden

Voordat de eerste zielen naar de vierde kosmische levensgraad overgingen, had hun geestelijke uitstraling de eerste planeet van de vierde graad al voorbereid op hun komst.
Hierdoor konden de eerste zielen het geestelijke plasma van deze planeet gebruiken om hun eerste cellichaam te vormen.
Net als bij de vorige planeten moesten de eerste zielen hun eerste leven ook als kleine cel beginnen, omdat er nog geen groter menselijk lichaam was opgebouwd.
Het verschil met de vorige kosmische levensgraden was dat zij nu bewust bleven bij alle overgangen.
Zij konden bewust reïncarneren naar het volgende stadium om al de stoffelijke levensgraden in dit nieuwe universum op te bouwen.
Ook hier beleefden zij opnieuw de stoffelijke opbouw van het lichaam in het water en op het land.
Zij hoefden echter geen prehistorische stadia meer te doorlopen, omdat zij de stoffelijke evolutie vanuit een hoger bewustzijn konden bezielen.
De eerste zielen herinnerden zich deze prehistorische levensgraden wel van hun aardse evolutie, want daar hadden zij in de oertijd geleefd.
Op aarde hadden zij geen steden gekend en geen taal gesproken, want het stoffelijk leven was toen nog niet zover gevorderd.
Op de vierde kosmische graad hebben ze geen taal meer nodig, want ze spreken met elkaar van gevoel tot gevoel.
Door hun gevoelsverbinding staan ze in contact met al het leven dat tot hun graad behoort.

Een geestelijk-stoffelijke wereld

Toen de eerste zielen hun lichaam op de vierde kosmische levensgraad tot de volwassen menselijke gestalte hadden gebracht, was dat lichaam ook gekleed.
Hun gewaad was enigszins te vergelijken met de kleding van de oude Grieken en Romeinen en ook met wat Christus op aarde droeg.
De mens op de vierde kosmische graad hoeft dit gewaad echter nooit meer te wassen, want het wordt niet vuil.
Hij hoeft zijn kleding zelfs niet meer aan te trekken, want het gewaad wordt gevormd door zijn geestelijke uitstraling.
Al de materie op deze planeet is een verdichte vorm van geestelijke uitstraling, en de materie blijft direct reageren op die uitstraling.
Zo wordt elke gedachte van de persoonlijkheid onmiddellijk in het menselijke gewaad zichtbaar.
Het gewaad straalt licht uit, net als in de lichtsferen.
De ziel als persoonlijkheid baart en schept haar gewaad elke seconde als een kleurrijke uitstraling.
En ook de haardracht wordt nu doorstraald door al de kleuren van de ruimte.
Het menselijke lichaam is hier stoffelijk licht geworden, doorstralend bewust.
Het bloed is hier niet meer rood, maar doorschijnend roze.
Al de stof van deze planeet is doorschijnend, men kan door het groen van de natuur heen kijken.
Al is het water duizenden meters diep, men ziet de bodem, omdat al de materie die ijlheid heeft bereikt.
De grond waarop men wandelt, is geen klei of zandgrond meer, het is verstoffelijkte levensaura.

Harmonisch leven

De ziel heeft in de zeven lichtsferen elke stoffelijke en aardse gedachte afgelegd.
Daarom bestaat op de vierde kosmische levensgraad geen leugen, bedrog of ellende meer.
Hier is elke ziel als persoonlijkheid volledig in harmonie met alle andere zielen.
Iedereen is helderziend en helderhorend, en is zich nu bewust van alle vorige levens.
Er zijn hier geen koningen of keizers meer, geen aardse medailles, geen schandaal of geschrijf, want alle tweelingzielen beleven hier hun eigen ‘levensboek’.
Iedereen is nu zelf kunst, wijsheid en wetenschap, op elk moment kan het harmonische leven tot een geestelijk-stoffelijke vorm worden geschapen.
Men heeft hier geen kunstlicht meer nodig, de mens zelf is hier ‘licht’.
Hier kan men tempels vormen door eraan te denken, er is geen aards bouwwerk meer nodig.
In deze wereld komen geen stoffelijke ziekten meer voor.
Dat wat men op aarde sterven noemt, gebeurt hier harmonisch en nooit door ziekte.
Wanneer men naar het volgende leven overgaat, lost het vorige lichaam op.
Men gaat niet meer te vroeg over door een ongeluk, laat staan door moord of zelfmoord, die gevoelens heeft men al duizenden jaren achter zich gelaten.
De natuurlijke levenstijd wordt hier steeds ten volle uitgeleefd.
Het natuurlijke sterven wordt hier samen met de tweelingziel beleefd, hand in hand lost hun verschijning op terwijl ze in de natuur wandelen.
Tijdens de overgang blijven ze bewust, en niemand hoeft lang te wachten om te reïncarneren, in deze wereld is er geen karma opgebouwd.
Zeven uur na hun oplossen kunnen ze de bevruchte eicel van het nieuwe leven al bezielen, de reïncarnatie is hier in harmonie met de ruimte gekomen.

Universele liefde

Ook in de moederschoot blijft de ziel hier als persoonlijkheid bewust.
Zij weet bij welke andere moeder haar tweelingziel geboren zal worden, en zij kan dat al meedelen aan haar eigen moeder.
Moeder en kind hebben een voortdurend gevoelscontact, ze praten geestelijk met elkaar.
De zwangerschap duurt hier zeven maanden, dit zijn zeven tijdperken van stoffelijke groei en evolutie.
Na de geboorte groeit de mens heel snel naar zijn volwassen gestalte toe, in twintig dagen is die al bereikt, er zijn hier geen stoffelijke stoornissen of remmingen meer.
Een leven op de eerste planeet van de vierde kosmische levensgraad duurt honderden jaren, op de laatste planeet al duizenden jaren.
De ziel beleeft nu haar ruimtelijke leeftijd die in harmonie is met de graad van haar bewustzijn.
De levensduur verruimt en zal in de hogere kosmische levensgraden tot het eeuwigdurende evolueren.
Elke ziel leeft hier samen met haar tweelingziel, als moeder en vader krijgen ze in elk leven twee kinderen, zodat het leven altijd verder kan.
De ziel als persoonlijkheid leeft hier voor haar liefde, de universele liefde voor al het leven.

Weerspiegeling in de natuur

En wat heeft de ziel als persoonlijkheid nog te doen tijdens haar miljoenen reïncarnaties?
Zij lééft, en brengt haar kosmische bewustzijn tot de allerhoogste ontwaking.
Als zij in de natuur kijkt, ziet ze dat al haar eigenschappen in miljoenen bloemsoorten worden uitgebeeld.
Elk stadium van evolutie en bewustwording van de ziel, haar persoonlijkheid en haar lichamelijke levensgraden wordt door een ander soort bloem vertegenwoordigd.
Zo heeft bijvoorbeeld elke fase van de zwangerschap een eigen bloem.
Ook elke levensgraad van de ruimte en de zonnestelsels krijgt een eigen levensbloem.
Alle menselijke karaktertrekken en gedachten worden door bloemen vormgegeven, miljoenen bloemen weerspiegelen het gevoelsleven.
Men hoeft alleen maar te kijken naar de natuur, en ziet zichzelf en al het leven vertolkt in kleur en vorm.
Ook de lichamelijke organen worden door bloemen weergegeven.
Zo toont de hartbloem het levende hart van de mens in een natuurproduct.
De bloem voor het moederschap bezit al de organen voor de baring, zoals de aardse orchidee al de baarmoeder vertolkt.
Er zijn zelfs bloemen die de mens kunnen aankijken, omdat ze het levende oog van de Alziel vertolken.
Door de natuur leert de ziel als persoonlijkheid zichzelf kennen en ontwaakt zij voor nog hogere werelden als verstoffelijking van haar leven.
Zo gaat zij naar de vijfde en zesde kosmische levensgraad, om ten slotte het Al te bereiken, de zevende kosmische levensgraad.

Bronnen en verdieping