Ons bewustzijn op Mars

honger stillen

Door beleving van honger en de kracht van een oersterk lichaam bereikt de ziel op Mars de voordierlijke gevoelsgraad als instinctief bewustzijn.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.

Sporen van leven

In 2018 heeft de ruimtevaartorganisatie NASA bekend gemaakt dat er organische moleculen op de planeet Mars gevonden zijn.
De ouderdom van de rotsen waarop de moleculen aangetroffen zijn, wordt gedateerd op drie miljard jaar.
Bij een vorig onderzoek had het Marswagentje al zuurstof, koolstof en waterstof aangetroffen.
Bovendien zijn er aanwijzingen dat er ooit stromend water is geweest dat meren heeft gevormd.
Door al deze bevindingen acht de wetenschap het mogelijk dat er ooit leven op Mars is geweest, in de tijd dat er ook zoet water en een dichtere atmosfeer was.
In de boeken van Jozef Rulof wordt beschreven hoe we ons dat leven kunnen voorstellen.
Volgens de schrijvers van deze boeken, de meesters, hebben zelfs wij ooit op Mars geleefd.
De meesters hebben geestelijk-wetenschappelijk vastgesteld dat elke menselijke ziel vele levens op Mars heeft beleefd in de loop van haar kosmische evolutie.
Hierbij is Mars niet de eerste en niet de laatste planeet op deze kosmische reis.
Het artikel ‘kosmische levensgraden’ licht toe dat Mars het eindstadium is van de tweede kosmische levensgraad.
De aarde is het eindstadium van de derde kosmische levensgraad.
Na vele reïncarnaties op Mars gaat de menselijke ziel naar een aantal overgangsplaneten, en hierna naar de aarde, om haar evolutie voort te zetten.
Nu is Mars aan het sterven, de dampkring is aan het oplossen.
Maar lang geleden was het een bloeiende planeet met veel leven.
In die tijd was de dampkring nog intact, en zag de planeet er nog niet zo droog en doods uit.

Onze fysieke vorm

Het lichaam dat we op Mars hebben beleefd, was minder ver geëvolueerd dan het menselijke lichaam op aarde.
Maar net zoals op aarde heeft de ziel op Mars wel een hele evolutie doorgemaakt, om haar organisme van enkelvoudige cel naar de hoogste stoffelijke vorm te laten groeien.
De stoffelijke evolutie op aarde wordt toegelicht in het artikel ‘stoffelijke levensgraden’.
Ook op Mars is deze stoffelijke evolutie begonnen in het water.
De artikelen ‘onze eerste levens als cel’ en ‘evolutie in het water’ lichten toe hoe de ziel zich in het water een fysieke vorm opbouwde.
Het artikel ‘evolutie op het land’ beschrijft het vervolg van onze stoffelijke evolutie op het land.
Op Mars bereikten we uiteindelijk een fysiek lichaam dat enigszins gelijkenis vertoont met grote apen op aarde.
De evolutie van het dierenrijk loopt echter volledig gescheiden van de menselijke evolutie, zoals toegelicht wordt in het artikel ‘de vergissing van Darwin’.
Het leven en klimaat op Mars in die tijd kan vergeleken worden met de prehistorie op aarde.
Het bestaan was er ruw en hard.
De levensvormen kregen hier een enorme omvang.
De planten werden zeer groot, de dieren bereikten de grootte zoals in de prehistorie op aarde en ook de mens was een reus in vergelijking met onze huidige gestalte.
Het menselijke lichaam was oersterk en kende geen ziekten.
Het was echter veel grover dan het huidige lichaam op aarde.

Ons bewustzijn

Ons bewustzijn op Mars werd hoofdzakelijk bepaald door de beleving van het stoffelijke lichaam.
We beleefden de lichamelijke handelingen die horen bij eten, drinken, slapen, voortplanting en moederschap.
Als het lichaam voedsel nodig had, kregen we de gewaarwordingen die we op aarde ‘honger’ zijn gaan noemen.
Die honger bracht de persoonlijkheid in beweging.
Het zoeken naar eten gaf de eerste kennis.
Na duizenden reïncarnaties wisten we waar ons voedsel te vinden was, en hoe we het konden bemachtigen.
Dit werd een instinctief weten hoe we onze honger konden stillen.
Op Mars leerden we ook de kracht van ons lichaam kennen en gebruiken om het eten te bemachtigen.
Hierdoor verwierven we de eerste bewustzijnsgraad.
De meesters noemen die de voordierlijke gevoelsgraad, omdat er handelingen verricht werden die de meeste huidige dieren op aarde niet uitvoeren, zoals het eten van soortgenoten.
Op Mars kwam de menselijke persoonlijkheid tot het voordierlijke kannibalisme, en pas toen zij op aarde in de dierlijke gevoelsgraad kwam, kon ze het kannibalisme weer loslaten.
Doordat de mens op Mars zijn lichaam leerde gebruiken voor het bemachtigen van eten, kwam er onderlinge strijd.
Zo ging de ziel hier voor het eerst op haar kosmische evolutieweg disharmonisch handelen ten opzichte van andere zielen.
Hoe deze disharmonie ontstond en opgelost werd, wordt toegelicht in het artikel ‘harmonie’.
De persoonlijkheid was zich op Mars nog niet bewust van haar disharmonische handelen.
Zij kende de menselijke begrippen ‘goed’ en ‘kwaad’ nog niet.
Zij besefte nog niet dat zij zich door dit gedrag met andere zielen in disharmonie bracht.
De persoonlijkheid kon nog niet denken, zij kon alleen instinctief voelen.
Dat voelen was erop gericht om sterk te zijn en te blijven, om altijd te zorgen dat er voldoende eten bemachtigd kon worden.
Van aardse menselijke eigenschappen was hier nog geen sprake.
Er was ook nog geen taal ontwikkeld, het was slechts een schreeuwen.
Er was nog geen persoonlijkheid die leven na leven een eigen karakter vormde, van de vorige levens bleef alleen een algemeen instinctief gevoel over.
Het uiteindelijke bewustzijn kan omschreven worden als een vroege vorm van kuddegeest.
Eerst zocht men zijn voedsel alleen, maar later vormde men groepen, omdat die meer overlevingskansen boden.
De groepen met het sterkste lichaam van de hoogste stoffelijke levensgraad slachtten de andere groepen met een minder sterk lichaam af.
De groepen werden geleid door de allersterksten, want het recht van de sterkste domineerde dit bewustzijn.
Wanneer de ziel het vrouwelijke lichaam beleefde, kwamen er ook moedergevoelens van zorg voor het jonge leven.
De borstvoeding gebeurde op gelijkaardige wijze als op aarde.
De gevoelens van zorgzaamheid kan men de eerste graad van moederliefde noemen, de moeder voelde dit als haar geluk.
Zij viel iedereen aan die haar dit geluk wilde ontnemen.
Wanneer het kind voor zichzelf kon zorgen, verdween dit gevoel weer en wist de moeder niet meer dat het haar kind was.
Het voordierlijke bewustzijn was de hoogste gevoelsgraad die de menselijke ziel op Mars heeft beleefd, en waarmee ze op aarde begint.
Op aarde ontwikkelt ze hogere gevoelsgraden, zoals in het artikel ‘gevoelsgraden’ wordt toegelicht.
Wanneer de ziel uiteindelijk in het hiernamaals de universele liefde van de geestelijke gevoelsgraad bereikt, kan men terugkijken naar het toenmalige bewustzijn van Mars als de noodzakelijke eerste stap in de eigen bewustzijnsontwikkeling.

Bronnen en verdieping