Mozes en de profeten

reïncarneerden vanuit het hiernamaals

Mozes en de profeten reïncarneerden om het geloof in de almachtige God te brengen die over de mens op aarde en in het hiernamaals heerste.
Door Ludo Vrebos, gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
Detail uit een door Jozef Rulof mediamiek ontvangen schilderstuk.

Vanaf de oertijd

De meesters van de ‘Universiteit van Christus’ stonden voor een enorme opgave toen ze in de oertijd begonnen om de mensheid naar een hoger bewustzijn te brengen.
De mens op aarde beleefde op dat moment een voordierlijke gevoelsgraad.
Hij kende alleen eten, drinken, jagen, slapen en voortplanting.
Er was nog geen menselijk denken, er was alleen een instinctief voelen dat gericht was op overleving.
De meesters waren als geestelijke persoonlijkheden onzichtbaar voor een oermens.
Ze konden zich in gevoel met hem verbinden en hem andere gevoelens geven, maar zodra ze daarmee stopten, waren die andere gevoelens ook weer weg.
De oermens kon alleen gevoelens vasthouden die te maken hadden met zijn stoffelijke werkelijkheid en overleving.

Stoffelijke ontwikkeling

Daarom hebben de meesters zich eerst gericht op het verhogen van de stoffelijke welvaart, zodat de mens op aarde aan iets anders zou kunnen gaan denken dan alleen aan eten en overleving.
De meesters lieten hem steentjes over elkaar schuren waardoor een vlam ontstond en de beheersing van het vuur geboren werd.
Door inspiratie van de meesters kwam de mens op aarde tot landbouw, ruilhandel en een samenleving.
Men begon te denken, en vele talen ontstonden.
Het woord ‘dood’ kreeg reeds betekenis, maar was er ook een leven na de dood?

Leven na de dood

De meesters inspireerden de gevoeligste mensen op aarde en ontwikkelden de eerste mediums.
De meesters maakten zich bekend als mensen, die de aarde voorgoed verlaten hadden en in het leven na de dood voortleefden.
Maar werden ze geloofd?
De mens met een dierlijk gevoelsleven sloeg de sensitieve medemens dood en beroofde de meesters van hun mediums!
De wereld was niet klaar om deze geestelijke werkelijkheid te beluisteren en legde de sprekers hardhandig het zwijgen op.

De Oppermacht

Om de geestelijke kennis van de Universiteit van Christus op aarde te brengen, was dus een andere aanpak nodig.
De meesters in de lichtsferen ontvingen hiertoe hulp van de hoogste meesters uit de zevende kosmische levensgraad.
Die gaven door dat de mens op aarde alleen zijn geweld zou intomen als hij een sterkere kracht boven zich zou voelen.
Alleen voor een oppermacht zou de mens ontzag kunnen krijgen, een macht die zijn eigen lichaamskracht en leven overheerste.
Op aarde gold onderling nog steeds het recht van de sterkste.
Omdat men kracht en macht alleen kende van zichzelf en andere mensen, moest die nieuwe oppermacht ook een menselijk voorkomen krijgen.
En zo werd ‘de Heer’ geboren!
De meesters uit de sferen van licht begrepen dat ze zich als God zouden moeten voordoen, als een heerser met onbeperkte macht.
De aardse mens had een geloof in God nodig, om ontvankelijk te worden voor het idee dat hijzelf niet alle macht in handen had om over het leven en dood van een ander te beslissen.

Schemerland

Maar hoe kon die God op aarde worden gebracht?
Daartoe waren er mensen nodig, die standvastig in die God gingen geloven.
En de mensen op aarde kenden geen almachtige God, dus bij die mensen kon het geloof niet ontkiemen.
Daarom verbonden de meesters zich met iemand in het leven na de dood die al meer begreep dan toen hij nog op aarde leefde.
De meesters gingen naar het schemerland, een geestelijke wereld in het hiernamaals die aan de sferen van licht grenst.
Zoals het artikel ‘schemerland’ toelicht, leven daar ook al mensen die zich bewust zijn dat ze op aarde gestorven zijn.
De meesters zochten daar een man op die vurig wenste om de aardse mens te laten weten dat er leven na de dood was.
Ze lieten zich niet zien aan deze man, maar één van hen sprak als de Heer die hem ging helpen om zijn missie op aarde te kunnen uitvoeren.
De Heer zou hem op aarde helpen om de mensen daar een geloof te geven, zodat ze aan hun geestelijke ontwikkeling zouden beginnen.

Abraham en de profeten

Deze man reïncarneerde op aarde en kreeg daar de naam Abraham.
Rond deze man werd op aarde een kring gevormd van mensen die hem geloofden wanneer hij over de Heer sprak.
Want de Heer had alles geschapen en beschermde deze kring.
De ene mens na de andere sloot zich aan bij deze kring rond Abraham.
Isaak en Jacob werden geboren en meerdere profeten na elkaar bouwden het geloof en de groep uit.
Deze groep begon meer en meer naar de Heer toe te denken, en zij plaatsten hun eigen wil onder gezag van het geloof.

God

De meesters zagen dat de groep gedijde, maar deze mensen hadden een krachtdadige leiding nodig, een man die er strijders van zou maken, want anders zouden ze uitgemoord worden door de ongelovigen.
Die man bevond zich nog in het schemerland, en vroeg zich af hoe hij de mensen op aarde wakker kon schudden en zo nodig met harde hand de ogen kon openen voor de geestelijke zijde van het leven.
Hij had, evenals Abraham, een groot verlangen om opnieuw geboren te worden.
Daarom daalde hij in een moeder af, juist op het ogenblik dat de bevruchting plaatsvond.
Maar hij moest ervaren dat hij buiten deze cel gesloten werd door een andere ziel.
Daarop smeekte hij aan de Oppermacht om hem een nieuw lichaam te geven.
Die Oppermacht sprak tot hem en maakte zich bekend als God.
Het was een meester van de zevende sfeer die wist hoe het geloof in God op aarde versterkt moest worden.
Hij verklaarde dat het woord God alles omvat: het leven, de ruimte, de liefde, licht en duisternis, alles wat zichtbaar en onzichtbaar is.
Hij noemde zichzelf God maar sprak ook als mens, en dat zou hij op aarde ook weer gaan doen.
De meester liet deze mens geloven dat God ook de macht had om hem een nieuw leven op aarde te geven.
De man richtte zich hierdoor in gevoel helemaal op zijn missie, zijn reïncarnatie.
Toen hij volledig opgegaan was in dat gevoel, gebeurde het wonder, en kon hij zich als ziel verbinden met een vader en moeder op aarde om geboren te worden.

Mozes

Op aarde werd dit leven Mozes genoemd, en hij werd geboren bij de groep die in de Heer geloofde.
Hij bleek helderziend en helderhorend te zijn, hij hoorde God spreken.
De meesters voerden zijn mediumschap op en brachten door hem materialisaties en dematerialisaties tot stand.
Zijn volgelingen beschouwden dat als wonderen wat hun geloof versterkte.
Dankzij Mozes groeide de groep in aantal en werd die niet vernietigd door de ongelovigen.
De meesters stelden zich in op de aanvoerders van zijn belagers om hun plannen te weten, en gaven die door aan Mozes zodat hij zijn belagers telkens een stap voor was.
Mozes maakte van zijn volgelingen strijders, en de ene na de andere strijd moest uitgevochten worden om te overleven en het geloof in God te kunnen verspreiden.
De meesters gaven deze groep gelovigen uitvindingen, en inspireerden meer zieners en zieneressen om Mozes tot steun te zijn in zijn zware strijd.
Steeds meer mensen sloten zich bij deze kern aan.
De meesters leidden deze groep door de duisternis naar het licht.
Dit kostte strijd en veel bloed, maar een andere weg konden de meesters niet gaan, de mens zelf stond het niet toe!
Velen gaven hun leven voor de heilige zaak.
Zouden zij in het hiernamaals een hemel binnentreden, wachtte hen daar de beloning voor hun strijd?
Uiteindelijk ging ook Mozes over naar het leven na de dood.

Ontnuchtering

Mozes werd wakker in het schemerland.
Hij vroeg zich af waarom hij niet in het licht was, en waar God was die hem altijd had geleid.
Een meester trad op hem toe en maakte zich bekend als Abraham.
Mozes kreeg te horen dat deze meester tot hem had gesproken als God, om het geloof in de ene almachtige God op aarde te versterken.
Mozes kon dat moeilijk aanvaarden, want hij had toch het brandende braambos gezien en de tien geboden van God ontvangen.
De meester liet zien hoe deze verschijnselen tot stand waren gekomen, en waarom.
De tien geboden waren afgestemd op het gevoelsleven van Mozes, zodat hij die kon ontvangen en doorgeven.
Maar Mozes had die tien geboden zelf niet toegepast, want zijn volgelingen hadden nog gedood in de strijd.
Aan hun handen kleefde bloed, en daarom kon geen van hen in de sferen van licht binnentreden.
Mozes begreep nu waarom hij nog geen licht zag, en hij besefte dat het zijn eigen verlangens waren die hem tot leider van de strijders maakte.
Hij wilde zelf de mens op aarde desnoods hardhandig tot God brengen, en zijn leven verliep naar zijn eigen gevoel, niemand had hem daartoe gedwongen.
De meesters maakten hem duidelijk dat er geen andere weg was om de mens op aarde verder te brengen.
Ze moesten het geweld dulden, want de mens wilde geweld.
Ook de gelovigen, want zij wilden hun aardse leven niet verliezen en vochten voor hun leven.
Toch was hierdoor winst geboekt, want de groep gelovigen en het geloof in God was sterk gegroeid.

De komst van de Messias

Mozes vroeg of hij de hemelen mocht zien.
De meester voerde hem naar de eerste lichtsfeer en verklaarde hoe de bewoners zich daar voelen.
Hierdoor begreep Mozes dat deze mensen zijn taak op aarde niet hadden kunnen volbrengen.
Deze mensen staan niet meer open voor geweld, ze nemen geen zwaard meer in handen om een tegenstander neer te slaan.
De meesters lieten Mozes ver vooruitkijken, zodat duidelijk werd dat de strijd op aarde nog niet ten einde was.
De mensen die in vrede willen samenleven moesten eerst sterker en talrijker zijn dan diegenen die nog vechten voor het vergroten van hun macht en materieel bezit.
Dan pas konden de vredelievende mensen hen definitief een halt toe roepen.
Maar voor het zover was zou er nog veel bloed vloeien.
Mozes besloot om zijn taak voort te zetten.
Voortaan sprak hij ook als God tot de volgende profeten.
Die hoorden nu dat er grootse dingen gingen gebeuren.
Zij spraken al over een tijd dat er vrede op aarde zou heersen.
De Messias zou naar de aarde komen, werd er gezegd.
Mozes begreep nu dat hij en alle andere profeten de komst van Christus aan het voorbereiden waren.

Bronnen en verdieping