Er bestaan geen rassen

dat wist Jozef Rulof al

In de boeken van Jozef Rulof (1898-1952) werd al verklaard dat er geen mensenrassen zijn, in tegenstelling tot het wetenschappelijke en maatschappelijke denken uit die tijd.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.

Toenmalige wetenschap

Toen het boek ‘Het Ontstaan van het Heelal’ van Jozef Rulof in 1939 in Nederland gepubliceerd werd, gebruikte de wetenschap het begrip ‘ras’ als indeling van de mensheid.
Men sprak over het ‘blanke ras’, de ‘oosterse rassoorten’, de ‘negers’, de ‘Papoea’s’, het ‘Chinese ras’, het ‘Japanse ras’, enz.
Het was in die tijd wetenschappelijk verantwoord en maatschappelijk gebruikelijk om zo te denken en te spreken.
‘Het Ontstaan van het Heelal’ bracht een nieuwe verklaring voor de onderlinge verschillen die mensen zagen.
In dat boek werd de evolutie van de ziel op aarde beschreven, en de lichamelijke graden die de ziel doorliep om haar gevoelsleven te verruimen.
Omwille van de lezer uit die tijd werd in dat boek ook de term ‘rassen’ gebruikt.
De indeling in rassoorten was een toenmalige opvatting ‘zoals de geleerde dat zag’, de schrijver daarentegen gebruikte de indeling in zeven lichamelijke graden:
Zeven lichamelijke graden zijn er geboren, ook op Aarde stellen wij die vast, en dan betreden wij, zoals de geleerde dat ziet, de rassoorten op Aarde.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 3, 1944

De zevende graad

In de boekenreeks van Jozef Rulof werd de omschakeling van het maatschappelijke denken in rassen naar het verklaringsniveau met lichamelijke graden geleidelijk opgebouwd.
Wanneer de schrijver onmiddellijk had beweerd dat er geen rassen bestonden, hadden vele lezers die denkstap niet kunnen maken.
Voor de meeste lezers uit die tijd was het bestaan van rassen een feit dat bevestigd werd door de wetenschap en door hun eigen waarneming.
Bovendien verklaarde de schrijver herhaaldelijk dat hij eerst iets nieuws opbouwde voordat hij het oude weghaalde, zodat de lezer niets ontnomen werd zonder dat hij er iets anders voor in de plaats kreeg.
Daarom begon de schrijver met een uitvoerige uitleg van de lichamelijke graden.
Hij gebruikte hiervoor meestal de term ‘stoffelijke levensgraden’, omdat het graden waren waardoor het leven van de ziel zich in de stoffelijke materie vormgaf.
Het artikel ‘stoffelijke levensgraden’ beschrijft uitgebreid de opbouw van het menselijke lichaam op aarde.
Pas toen de geïnteresseerde lezer hiervan een duidelijk beeld had kunnen opbouwen, vroeg de schrijver aan de lezer om zijn wereldbeeld aan te passen en het begrip ras los te laten.
Om uit te leggen wat stoffelijke levensgraden waren, gebruikte de schrijver eerst het woord rassen.
Gaandeweg legde hij uit dat stoffelijke levensgraden niet samenvielen met rassen.
Eerst werd beschreven dat de zogenaamde ‘blanken’ zowel in de vijfde, als in de zesde en de zevende stoffelijke levensgraad voorkwamen.
Daarnaast vernam de lezer dat er verschillende rassen binnen dezelfde stoffelijke levensgraad geplaatst konden worden.
Zo werden naast de ‘blanken’ ook oosterse volkeren, Chinezen, Japanners en mensen met een donkere of getinte huidskleur in de zevende en hoogste stoffelijke levensgraad gesitueerd.
Dat was in 1939 voor vele lezers al een aanzienlijke denkstap.
Vele ‘blanken’ beschouwden zich in die tijd superieur, en te horen dat zij hun vermeende superioriteit moesten delen, was niet vanzelfsprekend.
Daarom benadrukte Jozef Rulof tot in zijn laatste levensjaar op aarde dat de zevende en hoogste stoffelijke levensgraad niet samenviel met het zogenaamde ‘blanke ras’:
Omdat de aarde lichamen heeft geschapen, en daarvan is één lichaam het hoogste, dat is niet het blanke ras, maar dat is de zevende graad.
Vraag en Antwoord Deel 4, 1952

Er zijn geen verschillende rassen

Vervolgens ging de schrijver een stapje verder door het rasverschil binnen een stoffelijke levensgraad op te heffen.
Hij stelde dat er bijvoorbeeld binnen de zevende stoffelijke levensgraad geen verschillende rassen bestonden, maar dat het lichaam van al deze mensen de zevende graad van ontwikkeling had bereikt.
Het onderscheiden van ‘blanken’, oosterlingen, Chinezen en mensen met een donkere of getinte huidskleur op basis van hun lichaam is dan niet meer aan de orde.
Daarna kon de schrijver nog een stap verder gaan en verklaren dat er helemaal geen verschillende rassen bestaan.
Om het wereldbeeld te verruimen, moet dit maatschappelijke denken volledig losgelaten worden:
En er is slechts één ras op aarde en dat is de mens.
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 1, 1944

Ook de huidskleur heeft geen betekenis

Vele tijdgenoten van Jozef Rulof keken naar de huidskleur van hun medemens en verbonden aan die huidskleur nog bepaalde waarden en betekenissen.
Ze dachten in termen van ‘blanken’ en ‘zwarten’.
Voor Jozef was het duidelijk dat de huidskleur op geen enkele wijze een onderscheidende factor tussen de stoffelijke levensgraden was.
Want er waren ‘blanke’ lichamen die behoorden tot de vijfde, de zesde en de zevende stoffelijke levensgraad, en er waren ‘gekleurde’ lichamen die behoorden tot de zevende graad.
‘De Kosmologie van Jozef Rulof’ stelde al in 1944 dat er geen mensenrassen bestaan, én dat ook de huidskleur plaats moet maken voor het onderscheid in zeven stoffelijke levensgraden:
Er zijn geen rassoorten op Aarde te beleven, alléén deze zeven levensgraden voor de mens!
Zwart, bruin en blank hebben geen betekenis, deze zeven levensgraden zijn het!
De Kosmologie van Jozef Rulof Deel 4, 1944

Stoffelijke levensgraden voor de ziel

Voor de schrijver zelf staat de ziel centraal en niet het tijdelijke lichaam van de ziel.
De menselijke ziel doet door middel van een stoffelijk lichaam ervaringen op waardoor zij geestelijk kan evolueren.
Elke ziel beleeft vele lichamen in alle stoffelijke graden om innerlijk te groeien en haar gevoel te verhogen.
Maar die innerlijke evolutie gaat langzaam, de ziel heeft duizenden lichamen nodig om een hoge gevoelsgraad te bereiken.
Een ziel met een lichaam van de zesde stoffelijke levensgraad is niet noodzakelijk geestelijk hoger geëvolueerd dan een ziel met een lichaam van de vijfde stoffelijke levensgraad.
Het artikel ‘stoffelijke levensgraden’ geeft een bredere toelichting bij het verschil tussen lichamelijke en geestelijke evolutie.
Het stelsel van stoffelijke levensgraden gaat niet over ‘mensen’, maar over de lichamelijke evolutie van de stoffelijke vorm van de ziel.
Een ziel met een lichaam van een bepaalde stoffelijke levensgraad valt niet samen met het begrip ‘mens’ zoals dat doorgaans wordt gehanteerd.
Dit verschil wordt toegelicht in het artikel ‘mens of ziel’.

Zielsniveau

In het artikel ‘verklaring op zielsniveau’ wordt een fundamenteel onderscheid gemaakt tussen twee verklaringsniveaus die in de boeken van Jozef Rulof neergelegd zijn: het aardse denken en het zielsniveau.
Het aardse denken werd in de boeken gebruikt omwille van de lezer uit die tijd.
Dit verklaringsniveau geeft het denken van die lezer weer, en niet de opvatting van de schrijver.
De zienswijze van de schrijver is het zielsniveau dat langzaam opgebouwd wordt en pas in de latere boeken ‘De Kosmologie van Jozef Rulof’ volledig ontvouwd wordt.
Het begrip ras hoort thuis in het aardse verklaringsniveau, zoals de mens uit 1939 dacht.
De 27 boeken van Jozef Rulof zijn geschreven om dit maatschappelijke denken te ontstijgen en de evolutie van de ziel centraal te stellen.
Voor de ziel bestaan er geen rassen, maar wel verschillende lichamen waardoor de ziel ervaringen kan opdoen.
Het zielsniveau herdefinieert de meeste begrippen die de lezers van toen gebruikten, en voegt een aantal nieuwe begrippen toe om tot een nieuw verklaringsniveau te komen.
Om de volle betekenis van die nieuwe begrippen op te bouwen, werd eerst gebruikgemaakt van bestaande en gekende woorden.
Het gegeven dat in de boeken van Jozef Rulof bepaalde woorden gebruikt werden, wil niet zeggen dat de schrijver enige waarde of werkelijkheid toekende aan die woorden.
Het zegt alleen dat die woorden gebruikt werden door de lezers uit de tijd dat de boeken van Jozef Rulof gepubliceerd werden.
Daarom werd tot die lezers gezegd:
Dat zijn uw woorden, dat zijn uw gedachten.
Die zien wij niet, die beleven wij niet in de schepping.
Lezingen Deel 2, 1951

Toelichting door de uitgever

Omdat het zielsniveau in de boeken van Jozef Rulof geleidelijk opgebouwd wordt, is het niet voor elke lezer onmiddellijk duidelijk dat het woord ‘ras’ voor de schrijver geen realiteit weergeeft en gerekend dient te worden tot het aardse denken van de lezer uit 1939.
Dit probleem is nog veel groter wanneer een citaat uit de context van deze boekenreeks gehaald wordt.
Daarom heeft de uitgever van de boeken van Jozef Rulof besloten om bij de meeste zinnen uit deze boeken waarin het woord ras voorkomt, een verwijzing op te nemen naar dit artikel ‘er bestaan geen rassen’.

Racisme

Door de gruwelijke misdaden van Adolf Hitler en anderen is de mensheid zich bewust geworden van het gevaar van het begrip ‘ras’.
In de tweede helft van de twintigste eeuw is ook de wetenschap tot de conclusie gekomen dat dit begrip verlaten moet worden, omdat er geen wetenschappelijke grond voor is (zie
Dit heeft de weg vrijgemaakt om in de huidige tijd het gebruik van het woord ras te reserveren voor zaken omtrent racisme, of voor dierenrassen.
Waar het denken in mensenrassen in de tijd van Jozef Rulof nog deel uitmaakte van het heersende wereldbeeld, is het bewustzijn van de huidige mensheid dit nu ontstegen.
Jozef Rulof wist reeds dat er geen rassen bestonden, en hij trok in zijn tijd al ten strijde tegen het racisme dat in het midden van de twintigste eeuw ‘normaal’ werd gevonden en zelfs door de overheid van verschillende landen werd toegepast.
Meer hierover in het artikel ‘anti racisme en discriminatie’.

Bronnen en verdieping