Jozef Rulof

alomvattende antwoorden op levensvragen

Jozef Rulof (1898-1952) ontving allesomvattende kennis over het hiernamaals, reïncarnatie, onze kosmische ziel en Christus.

Kennis uit het hiernamaals

Toen Jozef Rulof in 1898 in het landelijke ’s-Heerenberg in Nederland geboren werd, had zijn geestelijke leider Alcar al grote plannen met hem.
Alcar was in 1641 overgegaan naar het hiernamaals, na zijn laatste leven op aarde als Anthony van Dyck.
Sindsdien had hij een omvangrijke kennis opgebouwd over het leven van de mens op aarde en in het hiernamaals.
Om die kennis op aarde te brengen, wilde hij Jozef ontwikkelen tot schrijvend medium.
Nadat Jozef zich in 1922 in Den Haag had gevestigd als taxichauffeur, ontwikkelde Alcar hem eerst tot genezend en schilderend medium, om de trance op te bouwen die nodig was voor het ontvangen van boeken.
Jozef ontving honderden schilderijen, en door de verkoop daarvan kon de uitgave van de boeken in eigen hand gehouden worden.
Toen Alcar in 1933 begon met het doorgeven van zijn eerste boek, ‘Een Blik in het Hiernamaals’, gaf hij Jozef de keuze hoe diep de mediamieke trance zou worden.
Hij zou Jozef in een zeer diepe slaap kunnen brengen en zijn lichaam overnemen om boeken te schrijven buiten het bewustzijn van het medium om.
Dan zou Alcar vanaf de eerste zin zijn eigen woordkeus kunnen gebruiken om de lezer uit die tijd te verklaren hoe hijzelf de werkelijkheid had leren kennen op zielsniveau, waarbij het eeuwige leven van de menselijke ziel centraal staat.
Een andere mogelijkheid was om een lichtere trance toe te passen, waarbij het medium tijdens het schrijven kon voelen wat er geschreven werd.
Dat zou Jozef in staat stellen om geestelijk mee te groeien met de doorgegeven kennis.
Maar dan moest de opbouw van de kennis in de boekenreeks wel afgestemd worden op de geestelijke ontwikkeling van het medium.
En dan kon Alcar de verklaringen op zielsniveau pas geven als ook het medium daaraan toe was.
Jozef koos voor de lichtere trance.
Hierdoor was Alcar wat beperkt in de woorden die hij in de eerste boeken kon gebruiken.
Hij liet dit Jozef ervaren door in trance het woord ‘Jozef’ neer te schrijven.
Op datzelfde moment werd Jozef uit trance wakker, omdat hij zich geroepen voelde.
Om dit te voorkomen, koos Alcar de naam ‘André’ om de ervaringen van Jozef in de boeken te beschrijven.
Alcar wijzigde of omzeilde ook andere namen en omstandigheden in ‘Een Blik in het Hiernamaals’, zodat Jozef in trance kon blijven.
Zo komt de lezer in dit eerste boek wel te weten dat André getrouwd was, maar niet dat dit in 1923 gebeurde en dat zijn vrouw Anna heette.
Om in harmonie te blijven met het gevoelsleven van Jozef liet Alcar zijn medium alles wat in de boeken werd beschreven eerst zelf beleven.
Daartoe liet Alcar hem uit zijn lichaam treden, zodat Jozef de geestelijke werelden van het hiernamaals zelf kon waarnemen.
De boeken beschrijven hun gezamenlijke reizen door de duistere sferen en de lichtsferen.
Jozef zag dat de mens na zijn overgang op aarde terechtkomt in de sfeer die bij zijn gevoelsleven hoort.
Hij was in uitgetreden toestand ook getuige van vele overgangen op aarde.
Door de beschrijving hiervan wordt in de boeken vastgelegd wat er precies met de menselijke ziel gebeurt bij crematie, begraven, balseming, euthanasie, zelfmoord en orgaantransplantatie.

Jozef leert zijn vorige levens kennen

De naam André werd door Alcar gekozen, omdat Jozef die naam ooit gedragen had in een vorig leven in Frankrijk.
Toen was André een geleerde, en de toewijding om alles grondig te onderzoeken kon helpen om het verklaringsniveau van de boeken stap voor stap te verdiepen.
Zo kon Jozef in 1938 het boek ‘De Kringloop der Ziel’ ontvangen van meester Zelanus, een leerling van Alcar.
Hierin beschreef Zelanus zijn vorige levens.
Hij liet hiermee zien hoe al zijn ervaringen in zijn vorige levens uiteindelijk zijn gevoelsleven hebben opgebouwd, en ervoor zorgden dat hij steeds meer kon aanvoelen.
In 1940 was Jozef ver genoeg ontwikkeld om het boek ‘Tussen Leven en Dood’ te beleven.
Hierdoor leerde hij Dectar kennen, zijn eigen vorige leven als tempelpriester in het oude Egypte.
Dectar had zijn geestelijke krachten in de tempels hoog opgevoerd, waardoor hij intense ervaringen in uitgetreden toestand kon beleven, en daarnaast zijn aardse leven niet verwaarloosde.
Die krachten waren nu nodig om de ultieme graad van mediumschap te bereiken: het kosmische bewustzijn.

Onze kosmische ziel

In 1944 was Jozef Rulof als ‘André-Dectar’ zover ontwikkeld dat hij samen met Alcar en Zelanus geestelijke reizen door de kosmos kon beleven.
Door de beschrijvingen van die reizen in de boekenreeks ‘De Kosmologie van Jozef Rulof’ werd de hoogste kennis uit het hiernamaals op aarde gebracht.
Nu konden de meesters Alcar en Zelanus eindelijk de werkelijkheid beschrijven zoals zij die voor zichzelf als waarheid hadden leren kennen.
Nu pas konden ze woorden en begrippen gebruiken, die de kern van onze ziel beschrijven en hiermee het wezen van de mens onthullen.
In de kosmologie verklaren de meesters op zielsniveau waar wij vandaan komen en hoe onze kosmische evolutie begon doordat onze ziel zich afscheidde van de Alziel.
André-Dectar leerde nu zijn vorige levens op andere planeten kennen, en de gigantische ontwikkelingsweg die zijn ziel heeft doorlopen om van een ijle cel op de eerste planeet in de ruimte tot het leven op aarde te evolueren.
Daarnaast bezocht hij met de meesters de hogere kosmische levensgraden die ons wachten na onze aardse levens.
De kosmologie beschrijft waar we naartoe gaan, en op welke wijze onze levens op aarde hierin noodzakelijk zijn.
Dit werpt een kosmisch licht op de zin van ons leven en het wezen van de mens als ziel.

De Universiteit van Christus

De meesters konden al de kosmische graden bereizen en deze ultieme kennis doorgeven, omdat ze zelf geholpen werden door hun orde van leraren.
Deze orde wordt ‘De Universiteit van Christus’ genoemd, omdat Christus de mentor van deze universiteit is.
In zijn leven op aarde kon Christus deze kennis niet doorgeven, omdat de mensheid daar toen niet aan toe was.
Christus werd al vermoord voor het weinige dat hij heeft kunnen zeggen.
Maar hij wist dat zijn orde deze kennis op aarde zou brengen, zodra er een medium geboren kon worden, dat hiervoor niet meer omgebracht zou worden.
Dat medium was Jozef Rulof, en de boeken die hij ontving luidden een nieuwe tijd in: ‘De Eeuw van Christus’.
Christus zelf had zich moeten beperken tot de kern van zijn boodschap: de onbaatzuchtige liefde.
In de Eeuw van Christus konden Zijn leerlingen door Jozef Rulof tekst en uitleg geven hoe we door het geven van universele liefde onszelf in gevoel verhogen en hierdoor hogere lichtsferen en kosmische levensgraden bereiken.
In opdracht van zijn meesters richtte Jozef in 1946 Stichting De Eeuw van Christus op, om de boeken en schilderijen te beheren.
In datzelfde jaar reisde hij naar Amerika om zijn ontvangen kennis daar bekend te maken, in samenwerking met zijn geëmigreerde broers.
Hij hield er net als in Nederland trance-lezingen en schilderdemonstraties.
Terug in Nederland gaf hij naast de honderden trance-lezingen ook jarenlang contactavonden, om vragen te beantwoorden van lezers van de boeken.
In 1950 kon meester Zelanus de biografie van Jozef met als titel ‘Jeus van Moeder Crisje’ schrijven met de naam ‘Jozef’ en de jeugdnaam ‘Jeus’, zonder de trance te doorbreken.
De meesters wisten dat de mensheid de Universiteit van Christus nog niet zou aanvaarden, ondanks alle doorgegeven kennis en inspanningen van Jozef.
De wetenschap zal alleen een bewijs van het leven na de dood aanvaarden, als dat zonder een menselijk medium tot stand komt, zodat beïnvloeding door de persoonlijkheid van het medium uitgesloten kan worden.
Dat bewijs zal worden geleverd door wat de meesters het ‘directe-stemapparaat’ noemen.
Ze voorspellen dat dit technisch instrument een directe communicatie tussen de mens op aarde en de meesters van het licht zal brengen.
Op dat moment zullen Jozef en andere meesters vanuit het hiernamaals de wereld kunnen toespreken, en de mensheid het geluk kunnen geven van het zekere weten dat we als kosmische ziel oneindig leven.
Om zich op deze taak voor te bereiden, is Jozef in 1952 naar het hiernamaals overgegaan.
Meester Zelanus had al op het einde van zijn boek ‘Geestelijke Gaven’ vermeld dat Jozef en de meesters zich na de overgang van Jozef niet meer tot menselijke mediums zullen richten, omdat de ultieme kennis uit het hiernamaals al te vinden is in de boeken die Jozef tijdens zijn aardse leven mocht ontvangen.