De vergissing van Darwin

met zijn evolutietheorie

Omdat de menselijke en dierlijke evolutielijnen gescheiden lopen, heeft Darwin zich vergist met zijn opvatting dat de mens van de aap afstamt.
Gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.

Ontstaan van de mens

Darwin dacht dat de mens een diersoort was, geëvolueerd uit de aap.
De schrijvers van de boeken van Jozef Rulof, de meesters, hebben geestelijk-wetenschappelijk vastgesteld dat dit een vergissing was.
Toen zij in het verleden van hun ziel terugkeken, zagen ze dat ze hun eerste leven als cel hadden beleefd op de eerste planeet in de ruimte.
Op dat moment was er nog geen sprake van een dier, laat staan van een aap.
De eerste levens van de menselijke ziel op de eerste planeet worden beschreven in het artikel ‘onze eerste levens als cel’.
Het artikel ‘evolutie in het water’ licht toe hoe de ziel haar stoffelijke levensvorm in het water van de eerste planeet opvoerde van cel tot een zeeleeuwachtig organisme.
Het artikel ‘evolutie op het land’ licht toe hoe de ziel vervolgens op het land haar lichaam omhoog stuwde tot een aapachtig organisme.
Het artikel ‘stoffelijke levensgraden’ beschrijft hoe de ziel op aarde dit evolutieproces herhaalde en haar stoffelijke lichaam opgebouwd heeft van oercel tot onze huidige menselijke gestalte.
Het artikel ‘aarde’ beschrijft hoe de ziel tijdens deze stoffelijke evolutie de verschillende tijdperken van de aarde heeft kunnen overleven.

Ontstaan van het dier

Maar waar is het dier dan ontstaan, en heeft het dier ook een ziel?
De meesters zagen dat ook dieren reïncarneerden, dus ook dieren hebben een ziel.
De meesters konden door een gevoelsverbinding met de dierlijke ziel ook het verleden van het dier volgen.
Ze zagen dat de evolutielijn van het dier altijd gescheiden heeft gelopen van de menselijke evolutie.
Alleen het allereerste begin bleek niet gescheiden te zijn.
De meesters stelden vast dat de dierlijke ziel haar allereerste leven ook als cel had beleefd, en dat die eerste dierlijke cellen uit de eerste menselijke cellen geboren waren.
De menselijke cellen waren ontstaan uit het geestelijke plasma van de eerste planeet.
Het artikel ‘onze basiskrachten’ licht toe hoe dit plasma tot stand was gekomen in zeven tijdperken van verdichting.
Hierdoor bestonden deze cellen uit zeven verdichtingsgraden.
De menselijke zielen hebben tijdens hun eerste leven als cel maar één graad van dit geestelijk plasma beleefd.
Toen ze zich terugtrokken, kwamen de andere graden tot werking.
Hierdoor ontstonden de eerste dierlijke cellen.
Dit dierlijke leven beleefde dezelfde basiskrachten als de menselijke ziel, door ‘uitdijing en verdichting’ ontstonden vele diersoorten.
Anders dan bij de menselijke ziel die één lichamelijke evolutielijn heeft gevolgd, en haar lichaam uitbouwde van enkelvoudige cel tot onze huidige menselijke gestalte, heeft het dierlijke leven zich gesplitst en vertakt tot een veelheid aan diersoorten, zoals die op aarde te zien zijn.

Aap, zeeleeuw en vogel

Het eerste dierlijke leven dat uit de menselijke cel is ontstaan, heeft zich op aarde gevormd tot wat wij ‘apen’ noemen.
Daarom vertoont de aap lichamelijke gelijkenissen met de mens, en zien we ook in het gedrag van de aap menselijke eigenschappen terug.
De aap is voor het land het schaduwbeeld van de mens.
Voor het leven in het water zijn er andere dieren die het menselijke het dichtst benaderen, zoals de zeeleeuw en de zeehond.
Er zijn verschillende diersoorten door de mens tot menselijk gevoel op te trekken, zoals de hond en het paard.
Maar desondanks zullen ze altijd één graad onder het menselijke gevoelsleven blijven, omdat ze bij hun geboorte als ziel één graad minder bewust leven hebben meegekregen.
Toch hebben ze dezelfde basiskrachten van het leven.
Daarom kunnen ze zich ook voortplanten, kregen ze ook ogen en andere zintuigen, bezitten ze dezelfde organen als de mens, maar dan in de brede variatie die we kennen in de dierlijke wereld.
De aap en de zeeleeuw zijn echter niet het eindstadium van de dierlijke evolutielijn.
De zeeleeuw vertegenwoordigt het eindstadium voor het leven in het water, en de aap voltooit de evolutie van het leven op het land.
Maar het dierenrijk heeft ook al vleugels ontwikkeld om zich van het land te verheffen, de vogels vertolken reeds het ruimtelijke bewustzijn.
Zo heeft het dierenrijk reeds het volgende stadium van evolutie op aarde vormgegeven, wat de mens alleen innerlijk kan beleven als het ruimtelijke gevoel dat de stoffelijke materie ontstijgt.

Darwin in het hiernamaals

Darwin heeft al wel fundamenten gelegd voor het principe van evolutie, maar pas na zijn dood zag hij in dat hij zich ook schromelijk vergist had.
Toen hij in het hiernamaals ontwaakte, werd hij begroet door de meesters, want iedereen die met de evolutie van het denken van de mensheid verbonden is, wordt door hen gevolgd.
Toen kon Darwin geïnformeerd worden dat we geen apen als voorouders hebben.
Nadat Darwin zijn aardse denken had losgelaten, voelde hij hoe verkeerd hij het menselijke denken op aarde had beïnvloed met zijn eigen bedenksels.
Toen hij in het hiernamaals de universele waarheid leerde kennen, wilde hij die heel graag op aarde brengen, om zijn vergissing te herstellen.
Maar daartoe miste hij het aardse lichaam, en de mensen op aarde konden hem nu niet meer beluisteren.
In het hiernamaals voelde hij pas het gevaar om tijdens het aardse leven iets aan de andere mens te geven waarvan men op dat moment door het beperkte aardse denken niet absoluut zeker is.
Jozef Rulof beloofde hem te helpen door de ‘juiste evolutieleer’ op aarde te brengen.

Bronnen en verdieping