Caiphas

de antichrist

Caiphas vermoordde Christus en elk gevaar voor zijn eigen macht en geloofsdogma, van Jeruzalem tot in de Tweede Wereldoorlog.
Door Ludo Vrebos, gebaseerd op de boeken van Jozef Rulof.
Afbeelding: door Jozef Rulof mediamiek ontvangen schilderij met slang, doornen en Golgotha

De hogepriester die Christus liet kruisigen

Pilatus leverde Christus uit aan Caiphas en de andere hogepriesters die aan het hoofd van het Joodse volk stonden.
Caiphas aanvaardde niet dat Christus de Messias was en liet hem zo snel mogelijk aan het kruis nagelen.
Hij voelde er niets voor om zijn machtige positie in gevaar te laten brengen door een rabbi die wonderen zou verrichten.
Caiphas zei: ‘Dood hem, Hij mismaakt de Heer.’
Om zijn gezag als hogepriester van het oude geloof veilig te stellen, moest hij ervoor zorgen dat Christus niet meer volgelingen zou krijgen.
Caiphas verdedigde zijn geloof, zijn bezit, zijn aanzien en zijn macht over de gelovigen.

Reïncarnaties van Caiphas

De machtswellust van Caiphas eindigde niet met zijn dood.
In zijn volgende levens veranderde zijn innerlijk weinig.
De meesters van de Universiteit van Christus beschreven de reïncarnaties van Caiphas om later zijn gedrag als Hitler te verklaren.
In zijn volgende levens onderging Caiphas dezelfde verschijnselen als Judas en Pilatus: de gebeurtenissen in Jeruzalem hadden een enorme impact op zijn gevoelsleven.
Hij begreep de gevoelens van wroeging, twijfel en haat niet die in hem leefden.
Hij voelde dat hij iets met Golgotha te maken had, maar wat?
In zijn eerstvolgende leven werd Caiphas opnieuw priester.
Hij trok naar Jeruzalem, dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hem uitoefende.
Toen hij door de straten van Jeruzalem zwierf, voelde hij zich als een uitgehongerde wolf die al het leven haatte.
Hij was angstig voor de beelden en gedachten die in zijn innerlijk naar boven kwamen en die betrekking hadden op de gebeurtenissen die zich in deze stad hadden voltrokken.
In zijn daaropvolgende levens zocht hij naar alles wat de schrift vertelt over de gebeurtenissen op Golgotha.
Dikwijls ging hij naar Jeruzalem en beklom er de Calvarieberg.
Steeds was hij aan het zoeken en aan het vragen, maar toch leerde hij niets nieuws in deze levens, omdat zijn innerlijke leven bleef overheersen.
De eeuwen vlogen voorbij, maar hij beleefde niets van de stoffelijke en geestelijke evolutie van de mensheid.
Er brandde wroeging in zijn innerlijk, en hij hoorde een stem steeds luider roepen: Christus was de Messias!
Hij vervloekte die woorden, maar kon er zich niet van bevrijden.
Geregeld maakte hij gewelddadig een einde aan zijn aardse leven, maar ook dat bevrijdde hem niet van zijn moordende gevoelens.
Aards gesproken behoorde hij tijdens deze levens meestal tot het Joodse volk, waarmee zijn gevoelsleven verbonden bleef.
Vaak was hij rabbi of koopman.
Hij kreeg een afkeer tegen gesjacher, gewoeker, liegen en bedriegen.
Soms ging hij daar fel tegen tekeer, en dan deed hij een merkwaardige ondervinding op.
Hoe meer hij de afbraak van het levenspeil hekelde, hoe minder hij zijn eigen innerlijke pijn en wroeging voelde.
Hij onderzocht deze gevoelens, maar raakte er niet over uitgedacht.

De corrigerende ziel

Uiteraard kon hij dit verschijnsel niet begrijpen, omdat hij als persoonlijkheid de werking van zijn ziel niet kende.
Hij wist niet dat zijn ziel in essentie harmonisch is en hem stuwt om zijn gedrag als Caiphas in Jeruzalem te corrigeren.
Hij had geen begrip van de werking van karma en ‘oorzaak en gevolg’.
Op het moment dat hij zich tijdelijk onttrok aan leugen en bedrog, voelde hij zijn wroeging minder sterk.
Dit gaf hem op dat ogenblik een beetje rust, en daardoor ging hij steeds meer tekeer tegen sjacheren en bedriegen.
Maar hij bleef al het leven haten, en zijn gevoelsleven bleef ook in al zijn volgende levens afgestemd op het ‘land van haat en hartstocht en geweld’.
Meer en meer ging hij het gedrag bij anderen haten dat hij vroeger zelf vertoonde, en waarover hij onbewust wroeging voelde.
Dat gedrag verbond hij aan het Joodse volk waartoe hij zich als persoonlijkheid rekende.

Hitler en zijn soort

Het artikel ‘Hitler’ beschrijft hoe de persoonlijkheid van Caiphas zich uitleefde in zijn reïncarnatie in de twintigste eeuw.
Als Hitler zette hij niet alleen de machtswellust van Caiphas in Jeruzalem voort, maar ook zijn opgebouwde haat tegen het Joodse volk.
Als Hitler gaf hij zijn ziel geen kans om het karma te corrigeren, maar creëerde integendeel onnoemelijk veel nieuw karma.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bundelde hij zijn krachten opnieuw met enkele andere persoonlijkheden die ook op vernietiging ingesteld stonden.
Zijn zoon in Jeruzalem die hem hielp om Christus te kruisigen, was in de twintigste eeuw zijn duivelse propagandist: dr. Goebbels.
En de man die zijn lans ophief naar Christus aan het kruis had ook een nieuwe naam gekregen: Himmler.
Soort zoekt soort.

De Caiphas als karaktereigenschap

De intellectuele hoogmoed en het dogmatische geloof lieten het angstig donker worden op Golgotha.
Toen waren het Caiphas en de zijnen, later werden het Hitler en zijn soort.
Maar het zijn niet alleen hun duistere gedachten die Christus hebben vermoord en de universele liefde aan het kruis nagelen.
Alle duistere gedachten van alle mensen zijn hiervoor verantwoordelijk, omdat ze samen een duistere sfeer voeden.
Meester Zelanus analyseert in zijn lezingen de Caiphas als karaktereigenschap.
Wat hebben wij nog als Caiphaseigenschappen in onszelf?
Caiphas staat hierbij voor het oude dat het nieuwe niet wil toelaten.
Dat kan bijvoorbeeld een geloof zijn dat tot starre dogma’s is vervallen, en geen nieuwe bezieling meer krijgt om ons een hogere bewustwording te geven.
Of dat kan een positie in de maatschappij zijn, die verdedigd wordt omwille van het bijbehorende geld of aanzien, waardoor iemand een nieuwe uitvinding of bewustwording tegenhoudt.
En het kan vorm krijgen in het gelijk willen hebben wanneer men voelt dat men geen gelijk heeft.
We staan voor die Caiphas in allerlei vormen door de hele maatschappij heen.
Meester Zelanus benadrukt het belang om niet met die handelingen mee te doen, zodat we de Caiphaseigenschappen in ons innerlijk niet voeden.
We hoeven een Caiphaseigenschap niet eens droog brood te verschaffen.
Het helpt eerder om deze achter tralies te zetten en een stille dood te laten sterven.
Indien we dan in de plaats van dat Caiphasbewustzijn onszelf naar de universele liefde stuwen, kan het Christusbewustzijn in ons ontwaken.

Bronnen en verdieping